Handgeschreven verslag of logboekpagina (pagina 4).
Origineel
Handgeschreven verslag of logboekpagina (pagina 4). Betreft de periode januari en februari 1940. Een gedeelte, dat spanning voelde
en alles van een ander gedeelte,
bleef liever in de open lucht staan.
Het liep tegen 1 Januari 40 en de
verklaringen voor ~~het~~ bezetten van
een open plaats moesten worden
getekend.
Voor 1 Jan '40 tekende G. Paarlberg
voor de plaats A.G. 6 en werd
betaald op 2 Jan. '40 (kwitantie 1685) f 1,25
2 Jan '40 zette opnieuw de vorst in
(: AC) en de A.G. quissies verzochten
opnieuw in de hal te mogen staan.
Door mij werd dit toen geweigerd, omdat
zij zelf er niet toe mede wilde werken,
om aan die ongewenschte toestand een
einde te maken. (Het bevriezen van hun product)
Ik wilde opnieuw een poging doen,
om hen gezamenlijk naar de pakhuizen
op B te krijgen.
Gevolg: Kort heeft toen pakhuis D 24
en van Heumen D 23 gehuurd. (res. voor
maand 1 Jan '40 - 1 Febr. '40)
De overigen wilden dan weer liever * Conflict: De tekst beschrijft een frictie tussen de beheerder (de "ik"-figuur) en een groep die wordt aangeduid als de "A.G. quissies" (mogelijk een verbastering van 'quasi' of een specifieke groepsnaam). Er is sprake van een weigering om mensen in een "hal" toe te laten tijdens vorst, omdat zij niet wilden meewerken aan een structurele oplossing (verhuizing naar pakhuizen).
* Personen: Er worden specifieke namen genoemd: G. Paarlberg, Kort, en Van Heumen. Dit suggereert dat het een officieel rapportage- of bewakingsdocument is.
* Logistiek: Er is sprake van huurbetalingen (f 1,25) en reserveringen voor specifieke locaties (pakhuis D 24 en D 23). De kou ("vorst") speelt een cruciale rol in de dynamiek van die maand.
* Terminologie: "A.G." verwijst waarschijnlijk naar een specifieke afdeling of sectie van de locatie. Gezien de datum (januari 1940), de specifieke aanduidingen van barakken/pakhuizen (B, D 23, D 24) en de aard van de administratie, is dit document zeer waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.
In deze periode (vóór de Duitse inval in mei 1940) werd het kamp door de Nederlandse overheid gebruikt om Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland op te vangen. De tekst illustreert de dagelijkse spanningen tussen de Nederlandse kampleiding en de vluchtelingen over de karige woonomstandigheden en de discipline in het kamp tijdens de strenge winter van 1940. De genoemde "pakhuizen" werden in die tijd inderdaad provisorisch ingericht als woonruimte. Er worden specifieke namen genoemd: G. Paarlberg Kort en Van Heumen. Dit suggereert dat het een officieel rapportage- of bewakingsdocument is.