Handgeschreven memo of voortgangsverslag op een officieel bijblad.
Origineel
Handgeschreven memo of voortgangsverslag op een officieel bijblad. Gedateerd 6 februari 1940 (6-2-40). Behandelt werkzaamheden van 3 t/m 6 februari 1940. [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 37 / 20/1 1940
DOORGEZONDEN: 31/1 - '40
[Tekst in de kantlijn links]
Hiervan zijn twee
aan de putten
aan het behoud
en 8 man aan
het ruimen
[Hoofdtekst]
Sneeuwputten zijn op Zaterdag
3 febr '40 zoveel mogelijk vrij
gemaakt. Dien dag kreeg ik
de beschikking over 8 man van
de sneeuwruimers in dienst bij de
Spoorw.
Maandag 5 febr '40 kreeg ik maar
6 man. Hiermede is de hoofd-
weg en de voorputten zoveel
mogelijk vrij gemaakt.
Hedenmorgen heb ik 10 man
gekregen.
6-2-40
[Paraaf, mogelijk G.v.B.]
10-2-40 exp. Dit document is een kort verslag over de logistieke inspanningen om infrastructuur sneeuwvrij te maken tijdens de winter van 1940. De schrijver rapporteert over de inzet van manschappen voor het vrijmaken van "sneeuwputten" (waarschijnlijk afwateringspunten voor smeltwater of verzamelplaatsen voor sneeuw), de hoofdweg en de zogenaamde "voorputten".
Opmerkelijk is de personele bezetting: er wordt specifiek melding gemaakt van de hulp van acht "sneeuwruimers in dienst bij de Spoorw." (Spoorwegen) op zaterdag 3 februari. Dit duidt op een gecoördineerde actie tussen verschillende instanties. De tekst in de kantlijn specificeert de taakverdeling van een specifieke groep: twee man voor het onderhoud ("behoud") van de putten en acht man voor het ruimen zelf. De wisselende aantallen manschappen (8 op zaterdag, 6 op maandag en 10 op de dag van schrijven) laten zien dat de beschikbaarheid van arbeidskrachten fluctueerde. De datum van het document, februari 1940, plaatst het in een cruciale historische periode: de Mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De winter van 1939-1940 staat te boek als een van de strengste winters van de 20e eeuw, met extreme sneeuwval en aanhoudende vorst.
Voor het Nederlandse leger en de civiele autoriteiten was het vrijhouden van de wegen en de spoorweginfrastructuur van vitaal belang voor de verplaatsbaarheid van troepen en goederen. Het gebruik van het formulier "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een officiële militaire of departementale context. De vermelding van de Spoorwegen suggereert dat de werkzaamheden waarschijnlijk plaatsvonden in de nabijheid van een strategisch knooppunt of station waar militairen waren gelegerd. M. No