Getypte kennisgeving op een kaart met ronde hoeken en perforatiegaatjes bovenaan.
Origineel
Getypte kennisgeving op een kaart met ronde hoeken en perforatiegaatjes bovenaan. Burgemeester en Wethouders hebben aan de voorwaarden,
verbonden aan de Ventvergunningen, toegevoegd:
19⁰ dat, indien met aal gevent wordt, deze gedurende de
maanden November tot en met April niet wordt meegevoerd
of ten verkoop in voorraad gehouden in zaagsel, zand of
andere poeder- of korrelvormige stoffen. Het document betreft een officiële wijziging of aanvulling (artikel 19) op de voorwaarden voor een ventvergunning. De specifieke bepaling richt zich op de handel in aal (paling). Gedurende de wintermaanden (november t/m april) wordt het verboden om aal te vervoeren of op te slaan in materialen zoals zaagsel of zand.
Het gebruik van zaagsel of zand bij de handel in paling was gebruikelijk om de gladde vissen beter te kunnen vastpakken. Het verbod in deze specifieke maanden is waarschijnlijk ingegeven vanuit hygiënisch oogpunt of om vervuiling van de openbare weg te voorkomen; poederachtige stoffen kunnen in combinatie met vocht en visresten voor overlast zorgen. In de eerste helft en het midden van de 20e eeuw was het venten (straatverkoop) van verse levensmiddelen zoals vis een algemeen verschijnsel in Nederlandse steden en dorpen. Gemeentebesturen (Burgemeester en Wethouders) reguleerden dit streng via vergunningen om de openbare orde en volksgezondheid te waarborgen. Dergelijke losse kaarten werden vaak gebruikt in administratieve kaartenbakken van de gemeente of als bijlage bij de uit te reiken vergunningen aan de handelaren.
Samenvatting
Het document betreft een officiële wijziging of aanvulling (artikel 19) op de voorwaarden voor een ventvergunning. De specifieke bepaling richt zich op de handel in aal (paling). Gedurende de wintermaanden (november t/m april) wordt het verboden om aal te vervoeren of op te slaan in materialen zoals zaagsel of zand.
Het gebruik van zaagsel of zand bij de handel in paling was gebruikelijk om de gladde vissen beter te kunnen vastpakken. Het verbod in deze specifieke maanden is waarschijnlijk ingegeven vanuit hygiënisch oogpunt of om vervuiling van de openbare weg te voorkomen; poederachtige stoffen kunnen in combinatie met vocht en visresten voor overlast zorgen.
Historische Context
In de eerste helft en het midden van de 20e eeuw was het venten (straatverkoop) van verse levensmiddelen zoals vis een algemeen verschijnsel in Nederlandse steden en dorpen. Gemeentebesturen (Burgemeester en Wethouders) reguleerden dit streng via vergunningen om de openbare orde en volksgezondheid te waarborgen. Dergelijke losse kaarten werden vaak gebruikt in administratieve kaartenbakken van de gemeente of als bijlage bij de uit te reiken vergunningen aan de handelaren.