Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 55
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven vergaderpunten/notities.

Vrijdag 28 juni 1940, 14:00 uur.

Origineel

Handgeschreven vergaderpunten/notities. Vrijdag 28 juni 1940, 14:00 uur. Punten te bespreken in Haarlem op Vrijdag, 28-6-'40 (2 uur)
(Heeren Douma, Berendes (Chef de Bureau) en Wortel v.d. Benzinedienst.)

1). Lijst grossiers, die geen verg. [vergunning] moeten hebben.

2). Lijst beurders, die geen verg. moeten hebben.

3). Krijgt een grossier of beurder of in een andere plaats in Noord Holland of in een andere provincie wel een vergunning?
4). Zoo ja, kan die verg. op ons advies dan worden ingetrokken?
Of aan Voorwaarden worden gebonden?
Bijv. verboden om in Amsterdam met goederen te rijden?

5). Wij geven geen enkele grossier een rijverg.
Dus ook niet aan 30 à 40 grossiers, die buiten A'dam wonen.
(Zij vragen: uit Langendijk ± 20; Zwaag, Rijnsburg enz.)
Hoe kom ik dan op de C. M. [Centrale Markt]?
Zijn rijverg. voor autobussen of enkele luxe-auto's voor deze grossiers mogelijk?
Overhandigen de aanvraag voor een autobus voor ± 20 Langedijkers.
Aanvraag Bögel etc. voor 3 luxe-auto's voor rijden v. grossiers niet gem. [gemachtigd/gemeld?].

6). Rijvergunningen ten behoeve van de Veiling vorige keer niet behandeld.
Voor aan - en afvoer van bloemen, gr. [groenten], fr. [fruit] en aard. [aardappelen].
Expediteurs en koopers.

7). Zijn rijverg. voor bootjes noodig?
Kan ik dergelijke grossiers weigeren? Dit document is een agenda voor een overleg over de distributie en beperking van rijvergunningen kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De aanwezigheid van iemand van de "Benzinedienst" onderstreept de directe noodzaak om het brandstofverbruik te rantsoeneren en het wegverkeer strak te reguleren.

De kern van het document draait om de vraag wie nog recht heeft op gemotoriseerd transport. Er wordt een harde lijn voorgesteld: "Wij geven geen enkele grossier een rijverg." Dit raakt met name handelaren uit agrarische gebieden zoals Langedijk, Zwaag en Rijnsburg die hun producten naar de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam willen brengen. Er wordt gezocht naar collectieve oplossingen, zoals het inzetten van één autobus voor 20 personen in plaats van individuele voertuigen, om zo brandstof te besparen.

Opvallend is de vraag onder punt 7 of er ook vergunningen voor bootjes nodig zijn, wat duidt op de verkenning van alternatieve transportroutes via het water om de beperkingen op de weg te omzeilen. Eind juni 1940 bevond Nederland zich in de eerste fase van de Duitse bezetting. Het civiele bestuur onder de Rijkscommissaris Seyss-Inquart begon de economie te herstructureren naar Duits model, waarbij schaarste (vooral van olie en brandstof) leidde tot een explosie aan bureaucratie en vergunningsstelsels.

De genoemde plaatsen (Langedijk, Rijnsburg) waren cruciale centra voor de voedselvoorziening (groenten en bloemen). De discussie in dit document illustreert de frictie tussen de noodzaak om de voedseldistributie in stand te houden en de stringente beperkingen op mobiliteit die door de bezetter en de schaarste werden opgelegd. De betrokkenheid van de "Benzinedienst" wijst op een vroege vorm van de crisisorganisaties die gedurende de oorlog de distributie van schaarse goederen zouden beheren.

Samenvatting

Dit document is een agenda voor een overleg over de distributie en beperking van rijvergunningen kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De aanwezigheid van iemand van de "Benzinedienst" onderstreept de directe noodzaak om het brandstofverbruik te rantsoeneren en het wegverkeer strak te reguleren.

De kern van het document draait om de vraag wie nog recht heeft op gemotoriseerd transport. Er wordt een harde lijn voorgesteld: "Wij geven geen enkele grossier een rijverg." Dit raakt met name handelaren uit agrarische gebieden zoals Langedijk, Zwaag en Rijnsburg die hun producten naar de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam willen brengen. Er wordt gezocht naar collectieve oplossingen, zoals het inzetten van één autobus voor 20 personen in plaats van individuele voertuigen, om zo brandstof te besparen.

Opvallend is de vraag onder punt 7 of er ook vergunningen voor bootjes nodig zijn, wat duidt op de verkenning van alternatieve transportroutes via het water om de beperkingen op de weg te omzeilen.

Historische Context

Eind juni 1940 bevond Nederland zich in de eerste fase van de Duitse bezetting. Het civiele bestuur onder de Rijkscommissaris Seyss-Inquart begon de economie te herstructureren naar Duits model, waarbij schaarste (vooral van olie en brandstof) leidde tot een explosie aan bureaucratie en vergunningsstelsels.

De genoemde plaatsen (Langedijk, Rijnsburg) waren cruciale centra voor de voedselvoorziening (groenten en bloemen). De discussie in dit document illustreert de frictie tussen de noodzaak om de voedseldistributie in stand te houden en de stringente beperkingen op mobiliteit die door de bezetter en de schaarste werden opgelegd. De betrokkenheid van de "Benzinedienst" wijst op een vroege vorm van de crisisorganisaties die gedurende de oorlog de distributie van schaarse goederen zouden beheren.

Locaties

Haarlem.

Gerelateerde Documenten 6