Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 182
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt concept of afschrift van een ambtelijke brief of rapportage, voorzien van handgeschreven correcties en kanttekeningen.

Van: "De Directeur" (waarschijnlijk van de Gemeentetram of een aanverwante gemeentelijke dienst).

Origineel

Getypt concept of afschrift van een ambtelijke brief of rapportage, voorzien van handgeschreven correcties en kanttekeningen. "De Directeur" (waarschijnlijk van de Gemeentetram of een aanverwante gemeentelijke dienst). [Marginale aantekening links in handschrift, bedoeld als invoeging:]
(en bij ernstige,
sneeuwval,
gesteld dat het
vervoer naar de
tram alleen met de
grootste moeilijkheden
te kampen heeft

[Hoofdtekst, getypt met handgeschreven wijzigingen:]
(in aanmerking zou komen,)
dienst ~~zou kunnen worden vervoerd~~, gering worden
geschat. Feitelyk staat van geen enkel product met
zekerheid vast, dat het voor vervoer door de tram
in aanmerking zal komen. Alleen bij vriezend weer,
~~als geen schuiten meer kunnen varen in het binnen-~~
~~water,~~ zou de tram dringend noodig kunnen zyn, doch
met het oog (daarop) ~~daarop~~ plegen de winkeliers steeds
eenige voorraad te vormen. Mynerzyds kan dan ook
niet worden aanbevolen om de groote kosten voor het
aanleggen van een tramlyn naar de Centrale Markt te
maken.

De Directeur,
[Paraaf] * Spelling: Het document hanteert de oude spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (feitelyk, mynerzyds, tramlyn).
* Inhoudelijke wijzigingen: De tekst is tijdens het redigeren scherper geformuleerd. De handgeschreven toevoeging in de marge over "ernstige sneeuwval" dient om een extra scenario van transportbelemmering aan te stippen. Opvallend is de doorhaling van de passage over het binnenwater; de auteur verving dit waarschijnlijk door de kortere handgeschreven invoeging bovenaan de pagina.
* Argumentatie: De directeur voert een negatief advies voor de investering. De kern van zijn argument is dat de tram alleen een back-up zou zijn voor de scheepvaart tijdens vorst (of sneeuw), maar dat marktkooplieden/winkeliers dit risico al afdekken door voorraden aan te leggen. De hoge aanlegkosten wegen daarom niet op tegen het beperkte nut. Dit document past in de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en logistiek van Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat werd in 1934 geopend om de verspreide markten in de stad te centraliseren. In die tijd werd er uitgebreid gedebatteerd over de ontsluiting van dit terrein. Hoewel Amsterdam een waterstad is, werd de tram destijds serieus overwogen als transportmiddel voor goederen (de zogenaamde 'goederentram'). Uit dit document blijkt de scepsis bij de directie over de economische haalbaarheid van een dergelijke specifieke verbinding, waarbij de traditionele schuiten en de zelfredzaamheid van winkeliers als efficiënter werden gezien.

Samenvatting

  • Spelling: Het document hanteert de oude spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (feitelyk, mynerzyds, tramlyn).
  • Inhoudelijke wijzigingen: De tekst is tijdens het redigeren scherper geformuleerd. De handgeschreven toevoeging in de marge over "ernstige sneeuwval" dient om een extra scenario van transportbelemmering aan te stippen. Opvallend is de doorhaling van de passage over het binnenwater; de auteur verving dit waarschijnlijk door de kortere handgeschreven invoeging bovenaan de pagina.
  • Argumentatie: De directeur voert een negatief advies voor de investering. De kern van zijn argument is dat de tram alleen een back-up zou zijn voor de scheepvaart tijdens vorst (of sneeuw), maar dat marktkooplieden/winkeliers dit risico al afdekken door voorraden aan te leggen. De hoge aanlegkosten wegen daarom niet op tegen het beperkte nut.

Historische Context

Dit document past in de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en logistiek van Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat werd in 1934 geopend om de verspreide markten in de stad te centraliseren. In die tijd werd er uitgebreid gedebatteerd over de ontsluiting van dit terrein. Hoewel Amsterdam een waterstad is, werd de tram destijds serieus overwogen als transportmiddel voor goederen (de zogenaamde 'goederentram'). Uit dit document blijkt de scepsis bij de directie over de economische haalbaarheid van een dergelijke specifieke verbinding, waarbij de traditionele schuiten en de zelfredzaamheid van winkeliers als efficiënter werden gezien.

Gerelateerde Documenten 6