Handgeschreven ambtelijke memo/geleidebrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke memo/geleidebrief. 7 november 1940. [Bovenaan in rood:] 37 / 28 / 28
Den Heer Stadsingenieur
Bijgaande brief van de N.V. v/h
H. G. Ruhe, (die ten onrechte aan
de Gemeente Gasfabrieken werd
gericht) is bij mij ingekomen.
Ik ondersteun gaarne het daarin
vermelde verzoek. De voornoemde
NV. is een grossier der CM, die
[in de linker marge:] wezenlijk
ongetwijfeld voor ~~een~~
installatie voor persgas in
aanmerking behoort te komen.
Ik [overschreven: verzoek U mitsdien] beleefd [doorgehaald: te]
[doorgehaald: verzoeken,] de inwilliging van dit
verzoek te bevorderen.
7/11-40 [Paraaf]
DS [?] De tekst is een interne correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat. De schrijver attendeert de Stadsingenieur op een verzoek van de firma N.V. v/h H.G. Ruhe. De firma had de brief aanvankelijk naar de verkeerde afdeling gestuurd (de Gemeente Gasfabrieken).
De kern van het verzoek betreft een installatie voor persgas. Dit was in de herfst van 1940 een zeer urgent onderwerp. Vanwege de Duitse bezetting en de daaruit voortvloeiende brandstofschaarste, werden vrachtwagens en bussen massaal omgebouwd om op samengeperst lichtgas (persgas) te rijden in plaats van op de schaarse benzine.
De schrijver benadrukt dat het bedrijf een "grossier der CM" is. "CM" staat hier hoogstwaarschijnlijk voor de Centrale Magazijnen, een instantie die tijdens de crisisjaren en de bezetting een cruciale rol speelde in de distributie van goederen. Vanwege deze maatschappelijke functie vindt de schrijver dat het bedrijf prioritair in aanmerking komt voor de benodigde technische faciliteiten. Dit document biedt een inkijkje in de vroege oorlogslogistiek in Nederland. In november 1940 was de distributie van schaarse middelen al volledig van kracht. De overschakeling naar persgas was een technische noodgreep om de economie draaiende te houden. De ambtenarij moest in deze periode beoordelen welke bedrijven "wezenlijk" genoeg waren voor de beperkt beschikbare middelen. Het gebruik van de term "ten onrechte" met betrekking tot de adressering wijst op een strikte bureaucratische scheiding tussen de productie van gas (Gasfabrieken) en de technische infrastructuur/vergunningen in de stad (Stadsingenieur).