Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 397
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Typoscript (doorslag/afschrift).

15 april 1940. Van: Marktwezen Amsterdam. Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Typoscript (doorslag/afschrift). 15 april 1940. Marktwezen Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. Afschrift.

MARKTWEZEN
AMSTERDAM.
No. 37/59/1 M.
Onderwerp:
Tegengaan van het zoo-
genaamde "leuren".

Amsterdam, 15 April 1940.

Aan
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Met myn rapport d.d. 16 November jl. (No. 37/7/14 M) ontraadde ik U, de invoering van een door den heer Gemeente-Advocaat in zyn missive d.d. 19 October 1939 (No. 831 L.M. 1938) in overweging gegeven aanvulling van artikel 344A der Algemeene Politie Verordening, welke aanvulling een strafbedreiging inhield tegen het koopen van een "leurder". Door een dergelijke nieuwe strafbepaling wordt niet voorkomen, dat de "leurders" in de practyk straffeloos werkzaam kunnen zyn, doordien zy dagelyks by het afleveren der waren, "bestellingen" voor den volgenden dag opnemen; bovendien zou, als ook de kooper strafbaar is, deze zich op een verschooningsrecht kunnen beroepen in de zaak tegen den "leurder" (in de zeldzame gevallen, dat werkelyk "leuren" met niet-vooraf-bestelde waren blykt), waardoor de bewyslevering tegen den "leurder" nog meer zou worden bemoeilikt.

Intusschen blyft de handel buiten de Centrale Markt om een groot euvel: de Gemeente heeft zich groote kosten getroost om een goed-geoutilleerd marktcomplex voor den handel in tuinbouwgewassen te stichten en een aantal handelaren gaat voort om, met voorbygaan der markt, in de stad hun zaken te doen. Zoodoende zyn zy myns inziens ontoelaatbare concurrenten voor de op de markt gevestigde handelaren, die tal van lasten (marktgelden, enz) moeten opbrengen, welke door de "leurders" worden ontdoken. Het euvel van het "leuren" brengt met name de blyvende vestiging van den aardappelhandel op de Centrale Markt voortdurend in gevaar.

Terwyl ik dus de suggestie van den heer Gemeente-Advocaat, om tegen de koopers van den "leurder" een voorschrift op te nemen in de Algemeene Politie Verordening ontraadde, staat vast, dat ten deze toch maatregelen noodig zyn. De bepaling, die ik thans voorstel is – evenals die, welke de heer Gemeente-Advocaat in overweging gaf – tegen de koopers gericht; zy is echter niet van strafrechtelyken, doch uitsluitend van administratieven aard. De handelaren, die van "leuders" koopen, kunnen in den regel de Centrale Markt niet missen voor het koopen van producten, die by den "leurder" niet verkrygbaar zyn (byvoorbeeld fruit, waarmede in veel mindere mate wordt "geleurd" dan met aardappelen; en byvoorbeeld ook de versche tuinders-groente, die uitsluitend via de Centrale Markt wordt verhandeld). Ik geef daarom in overweging om handelaren, van wie blykt, dat zy waren buiten de Centrale Markt om kochten, – daargelaten dus of de koop al dan niet geschiedde met voorafgaande bestelling – den toegang tot die markt te ontzeggen.

Indien een dergelyk voorschrift toelaatbaar is – en ik ben, op grond van de hierna te melden overwegingen, van meening, dat dit inderdaad het geval kan zyn – dan kan, door eenvoudige contrôle in de stad worden waargenomen, welke handelaren waren van "leurders" betrekken en wordt door de mogelykheid deze handelaren van de Centrale Markt te weren, de leurhandel ongetwyfeld afdoende bestreden. Het staat namelyk vast, dat nagenoeg geen handelaar zal riskeeren niet meer op de Centrale Markt te mogen komen en dus zullen de "leurders" hun waren niet meer hier ter stede van de hand kunnen doen.

De hier voorgestelde regeling is myns inziens toelaatbaar op grond van de volgende overwegingen. Indien een verordening of reglement voorschryft, dat koopers, die toegang tot de Centrale Markt verlangen, zich by hun desbetreffende aanvrage (schriftelyk) accoord moeten verklaren, met den van Gemeentewege gestelden eisch, dat zy hun waren, namelyk gewassen van tuin- of akkerbouw, voor welker verhandeling de markt bestemd is, niet buiten die markt zullen betrekken, dan is dit een myns inziens geoorloofde voorwaarde, die de Gemeente in het belang van haar markt mag stellen en die de

(Tekst breekt hier af aan de onderzijde van de pagina) * Juridische argumentatie: De auteur maakt een scherp onderscheid tussen strafrechtelijke en administratieve maatregelen. Hij betoogt dat het strafbaar stellen van kopers (via de APV) niet effectief is vanwege bewijstechnische problemen (de "bestelling-smoes").
* Economisch belang: Er wordt sterk de nadruk gelegd op de bescherming van de Centrale Markt (geopend in 1934). De gemeente heeft hier fors in geïnvesteerd en wil de inkomsten uit marktgelden veiligstellen tegenover "oneerlijke" concurrentie van leurders die geen belasting of staangeld betalen.
* Dwangmiddel: De voorgestelde oplossing is een vorm van uitsluiting: handelaren die buiten de markt om kopen, verliezen hun licentie of toegang tot de Centrale Markt. Dit wordt gezien als een effectiever afschrikmiddel dan een geldboete.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands van voor de oorlog, met spellingkenmerken zoals "zyn", "myn" (met een y/ij-ligatuur) en "zoo-genaamde". Dit document dateert van 15 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de regulering van de markt al een punt van grote zorg vanwege de oorlogsdreiging en de mobilisatie. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam vormden het kloppende hart van de voedseldistributie. "Leuren" (het aan de deur of op straat verkopen van partijen handelswaar) ondermijnde het gecontroleerde veiling- en distributiesysteem waar de gemeente toezicht op hield. De hier voorgestelde administratieve uitsluiting toont de toenemende behoefte aan strakke regie op de voedselketen.

Samenvatting

  • Juridische argumentatie: De auteur maakt een scherp onderscheid tussen strafrechtelijke en administratieve maatregelen. Hij betoogt dat het strafbaar stellen van kopers (via de APV) niet effectief is vanwege bewijstechnische problemen (de "bestelling-smoes").
  • Economisch belang: Er wordt sterk de nadruk gelegd op de bescherming van de Centrale Markt (geopend in 1934). De gemeente heeft hier fors in geïnvesteerd en wil de inkomsten uit marktgelden veiligstellen tegenover "oneerlijke" concurrentie van leurders die geen belasting of staangeld betalen.
  • Dwangmiddel: De voorgestelde oplossing is een vorm van uitsluiting: handelaren die buiten de markt om kopen, verliezen hun licentie of toegang tot de Centrale Markt. Dit wordt gezien als een effectiever afschrikmiddel dan een geldboete.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands van voor de oorlog, met spellingkenmerken zoals "zyn", "myn" (met een y/ij-ligatuur) en "zoo-genaamde".

Historische Context

Dit document dateert van 15 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de regulering van de markt al een punt van grote zorg vanwege de oorlogsdreiging en de mobilisatie. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam vormden het kloppende hart van de voedseldistributie. "Leuren" (het aan de deur of op straat verkopen van partijen handelswaar) ondermijnde het gecontroleerde veiling- en distributiesysteem waar de gemeente toezicht op hield. De hier voorgestelde administratieve uitsluiting toont de toenemende behoefte aan strakke regie op de voedselketen.

Gerelateerde Documenten 6