Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 396
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven memorandum/notitie.

Mei 1940.

Origineel

Handgeschreven memorandum/notitie. Mei 1940. [Rechtsboven:] Mei 1940

[Margenotitie links:] Prijzen week en [onleesbaar]

Omzet CM rond 950.000 Hhl aardappelen

Volgens budgetstatistiek Bur. Statistiek zou
gebruik 2 Hhl per hoofd zijn. Op grond hiervan
zou totaal gebruik in Amsterdam te ramen
zijn op 1.190.000 Hhl dus 25 % hooger dan omzet CM

Buiten de markt om komen aardappelen
bij het publiek
a. via leenders die aan winkeliers verkoopen
b. via winkeliers die direct uit productie-
plaatsen betrekken
c. aankoop bij wijze van winterprovisie door
publiek bij producenten

b en c van weinig beteekenis

Hetgeen verbruik boven aanvoer CM.
uitgaat zou dus in hoofdzaak door leenders
zijn verhandeld [haakje openen]

Aantal grossiers op de markt ± 24
Aantal leenders volgens rapport Joghems
zou 24 bedragen
[doorgehaald:] minstens

De gemiddelde omzet per leender
zou dan ongeveer 25 % bedragen van de
gemiddelde omzet van een marktgrossier.
dit m. i. niet zeer waarschijnlijk.

Bureau Statistiek heeft gewerkt met
selecte gezinnen.

M. i. is 10 % als aanvoer buiten de
markt [doorgehaald: voldoende] geschat.

Zaak thans wellicht niet actueel
omdat verschillende wijzigingen t. a. v.
den handel in land- en tuinbouwproducten
te wachten zijn, die het leveren wel
bemoeilijken De auteur van dit document (waarschijnlijk een ambtenaar of marktmeester) onderzoekt een discrepantie in de Amsterdamse aardappelstatistieken.

  1. De Discrepantie: De Centrale Markt (CM) registreert een omzet van 950.000 hectoliter, terwijl berekeningen op basis van consumptiecijfers van het Bureau van Statistiek uitkomen op 1.190.000 hectoliter. Een gat van 25%.
  2. Kanalen buiten de markt: De auteur identificeert drie 'grijze' of informele kanalen: "leenders" (tussenhandelaren die buiten de markt om leveren), directe inkoop door winkeliers bij boeren, en de zogenaamde "winterprovisie" (burgers die zelf aardappelen inslaan bij de producent).
  3. Kritiek op de statistiek: De auteur zet vraagtekens bij de officiële cijfers. Hij stelt dat het Bureau van Statistiek werkte met "selecte gezinnen" (mogelijk welvarender of stabieler), waardoor hun verbruikscijfers niet representatief zijn voor de hele stad. Hij schat dat de aanvoer buiten de markt eerder 10% dan 25% bedraagt.
  4. Terminologie: "Hhl" staat voor hectoliter. "Leenders" verwijst naar een specifieke groep handelaren die goederen direct aanleverden zonder tussenkomst van de centrale groothandelsmarkt. De datum — Mei 1940 — is cruciaal. Dit is de maand van de Duitse inval in Nederland. De opmerking aan het slot ("Zaak thans wellicht niet actueel...") duidt op de enorme maatschappelijke en economische ontregeling die op dat moment plaatsvond.

De "wijzigingen t.a.v. den handel" die de auteur verwacht, verwijzen naar de aanstaande invoering van de distributie (voedselbonnen) en de strakke overheidsregie op de voedselvoorziening die de bezetter zou introduceren. Onder de bezetting werd de handel in aardappelen een zaak van nationaal belang om hongersnood te voorkomen, waarbij informele kanalen ("buiten de markt om") strenger zouden worden aangepakt.

Samenvatting

De auteur van dit document (waarschijnlijk een ambtenaar of marktmeester) onderzoekt een discrepantie in de Amsterdamse aardappelstatistieken.

  1. De Discrepantie: De Centrale Markt (CM) registreert een omzet van 950.000 hectoliter, terwijl berekeningen op basis van consumptiecijfers van het Bureau van Statistiek uitkomen op 1.190.000 hectoliter. Een gat van 25%.
  2. Kanalen buiten de markt: De auteur identificeert drie 'grijze' of informele kanalen: "leenders" (tussenhandelaren die buiten de markt om leveren), directe inkoop door winkeliers bij boeren, en de zogenaamde "winterprovisie" (burgers die zelf aardappelen inslaan bij de producent).
  3. Kritiek op de statistiek: De auteur zet vraagtekens bij de officiële cijfers. Hij stelt dat het Bureau van Statistiek werkte met "selecte gezinnen" (mogelijk welvarender of stabieler), waardoor hun verbruikscijfers niet representatief zijn voor de hele stad. Hij schat dat de aanvoer buiten de markt eerder 10% dan 25% bedraagt.
  4. Terminologie: "Hhl" staat voor hectoliter. "Leenders" verwijst naar een specifieke groep handelaren die goederen direct aanleverden zonder tussenkomst van de centrale groothandelsmarkt.

Historische Context

De datum — Mei 1940 — is cruciaal. Dit is de maand van de Duitse inval in Nederland. De opmerking aan het slot ("Zaak thans wellicht niet actueel...") duidt op de enorme maatschappelijke en economische ontregeling die op dat moment plaatsvond.

De "wijzigingen t.a.v. den handel" die de auteur verwacht, verwijzen naar de aanstaande invoering van de distributie (voedselbonnen) en de strakke overheidsregie op de voedselvoorziening die de bezetter zou introduceren. Onder de bezetting werd de handel in aardappelen een zaak van nationaal belang om hongersnood te voorkomen, waarbij informele kanalen ("buiten de markt om") strenger zouden worden aangepakt.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de tekst).

Gerelateerde Documenten 6