Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 403
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / memorandum.

15 april 1940. Van: Onbekende ambtenaar (mogelijk van de marktdienst of politie, gezien de context). Er is een handgeschreven paraaf/naam bovenaan: "ten. Mr. Mouw".

Origineel

Ambtelijk schrijven / memorandum. 15 april 1940. Onbekende ambtenaar (mogelijk van de marktdienst of politie, gezien de context). Er is een handgeschreven paraaf/naam bovenaan: "ten. Mr. Mouw". [Handgeschreven, rechtsboven:] ten. Mr. Mouw

VP/HG.

37/59/1 M.

[Handgeschreven, midden:] Verzonden 16/4-'40.

15 April 1940.

Tegengaan van het zoo-
genaamde "leuren".

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Met mijn rapport d.d. 16 November jl. (No.37/7/14
M.) ontraadde ik U, de invoering van een door den heer
Gemeente-Advocaat in zijn missive d.d. 19 October 1939 (No.
831 L.M.1938) in overweging gegeven aanvulling van artikel
344 A der Algemeene Politie Verordening, welke aanvulling een
strafbedreiging inhield tegen het koopen van een "leurder".
Door een dergelijke nieuwe strafbepaling wordt niet voorkomen,
dat de "leurders" in de practijk straffeloos werkzaam
zijn, doordien zij dagelijks bij het afleveren der waren,
"bestellingen" voor den volgenden dag opnemen; bovendien zou,
als ook de kooper strafbaar is, deze zich op een verschoo-
ningsrecht kunnen beroepen in de zaak tegen den "leurder"
(in de zeldzame gevallen, dat werkelijk "leuren" met niet-
vooraf-bestelde waren blijkt), waardoor de bewijslevering
tegen den "leurder" nog meer zou worden bemoeilijkt.
Intusschen blijft de handel buiten de Centrale
Markt om een groot euvel: de Gemeente heeft zich groote
kosten getroost om een goed-geoutilleerd marktcomplex voor
den handel in tuinbouwgewassen te stichten en een aantal han-
delaren gaat voort om, met voorbijgaan der markt, in de stad
hun zaken te doen. Zoodoende zijn zij mijns inziens ontoelaat-
bare concurrenten voor de op de markt gevestigde handelaren,
die tal van lasten (marktgelden, enz.) moeten opbrengen, * Kern van de zaak: De schrijver adviseert de wethouder om een voorstel van de gemeenteadvocaat af te wijzen. Dit voorstel hield in dat ook de kopers bij een leurder strafbaar gesteld zouden worden.
* Juridische argumentatie: De schrijver voert twee praktische bezwaren aan:
1. Handhaving: Leurders omzeilen de wet door te beweren dat zij vooraf geplaatste bestellingen afleveren, wat lastig te weerleggen is.
2. Bewijsvoering: Als de koper ook strafbaar is, kan deze zich beroepen op het verschoningsrecht (het recht om niet te getuigen tegen jezelf). Hierdoor wordt het juist moeilijker om de leurder zelf aan te pakken.
* Economische argumentatie: De auteur uit zijn zorgen over de "oneerlijke concurrentie". De gemeente heeft geïnvesteerd in een "Centrale Markt" (een groothandelsmarkt). Handelaren die buiten deze markt om in de stad verkopen, betalen geen marktgelden en ondermijnen daarmee het officiële systeem en de handelaren die zich wel aan de regels houden. * Tijdsbeeld: Het document is gedateerd op 15 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. Desondanks ademt het document de sfeer van de jaren '30: een periode van economische regulering en pogingen van de overheid om de informele economie (zoals leuren) te beteugelen ter bescherming van de gevestigde middenstand.
* Stedelijk beheer: In veel Nederlandse steden werden in deze periode centrale marktcomplexen gebouwd (denk aan de Centrale Markthallen in Amsterdam) om de voedseldistributie te centraliseren, hygiëne te controleren en inkomsten te genereren. "Buiten de markt om" handelen werd gezien als een ernstige inbreuk op de gemeentelijke orde en financiën.
* Rechtsbron: Het genoemde "Artikel 344 A der Algemeene Politie Verordening" (APV) is het instrument waarmee de gemeente lokaal de orde en economische activiteiten probeerde te regelen. De discussie toont de spanning tussen de wens voor strikte regelgeving en de praktische uitvoerbaarheid daarvan.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De schrijver adviseert de wethouder om een voorstel van de gemeenteadvocaat af te wijzen. Dit voorstel hield in dat ook de kopers bij een leurder strafbaar gesteld zouden worden.
  • Juridische argumentatie: De schrijver voert twee praktische bezwaren aan:
    1. Handhaving: Leurders omzeilen de wet door te beweren dat zij vooraf geplaatste bestellingen afleveren, wat lastig te weerleggen is.
    2. Bewijsvoering: Als de koper ook strafbaar is, kan deze zich beroepen op het verschoningsrecht (het recht om niet te getuigen tegen jezelf). Hierdoor wordt het juist moeilijker om de leurder zelf aan te pakken.
  • Economische argumentatie: De auteur uit zijn zorgen over de "oneerlijke concurrentie". De gemeente heeft geïnvesteerd in een "Centrale Markt" (een groothandelsmarkt). Handelaren die buiten deze markt om in de stad verkopen, betalen geen marktgelden en ondermijnen daarmee het officiële systeem en de handelaren die zich wel aan de regels houden.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document is gedateerd op 15 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. Desondanks ademt het document de sfeer van de jaren '30: een periode van economische regulering en pogingen van de overheid om de informele economie (zoals leuren) te beteugelen ter bescherming van de gevestigde middenstand.
  • Stedelijk beheer: In veel Nederlandse steden werden in deze periode centrale marktcomplexen gebouwd (denk aan de Centrale Markthallen in Amsterdam) om de voedseldistributie te centraliseren, hygiëne te controleren en inkomsten te genereren. "Buiten de markt om" handelen werd gezien als een ernstige inbreuk op de gemeentelijke orde en financiën.
  • Rechtsbron: Het genoemde "Artikel 344 A der Algemeene Politie Verordening" (APV) is het instrument waarmee de gemeente lokaal de orde en economische activiteiten probeerde te regelen. De discussie toont de spanning tussen de wens voor strikte regelgeving en de praktische uitvoerbaarheid daarvan.

Gerelateerde Documenten 6