Handgeschreven concept-rapport/kantbrief.
Origineel
Handgeschreven concept-rapport/kantbrief. 30 juli 1940. [Linksboven:]
Concept
MN 07/59/9
Rapport Gemeente-Secretariaat
inzake aanvulling art. 5 van
het Reglement op de CM.
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 30 Juli 1940.
W.R.M.
30/7 40
[Midden boven in rood potlood:]
07/59/9
[Linkermarge:]
I No 387
Col 09 40
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van ~~de~~ met Uw kantbrief d.d. heden om advies ontvangen stukken heb ik de eer U te berichten, dat ik mij vereenig met de opvatting van Mevr. Mr. Redeker-van Gonda, dat het niet wenschelijk is, art. 5 van het Reglement op de CM ~~dat~~ weer te wijzigen ~~en dat~~.
De door haar voorgestelde aanvulling van art. 35 van het Reglement ~~is op zichzelf~~ bestaan bij mij geen bepaalde bezwaren, doch zij is, naar mijn meening, niet noodzakelijk. Krachtens art. 35 is o.a. strafbaar: "degene, die de bepalingen van afd. I van dit Reglement overtreedt." Een dier bepalingen is die van art. 5, dat alleen toegang wordt verleend aan personen, die hun producten uitsluitend van op de CM gevestigde verkoopers betrekken. ~~Hoewel eenige plaats~~ [tekst doorgehaald] voor de formeele redeneering, dat dit een voorschrift is voor den Directeur van het Marktwezen en niet voor de koopers, wijst toch m.i. uit het tweede lid, dat ~~ook een voorschrift is voor den kooper~~ is geïmpliceerd voor de koopers, die immers in bijzondere gevallen geheele of gedeeltelijke ontheffing van het in het eerste lid bepaalde kunnen krijgen. Dat in het eerste lid bepaalde legt den koopers dus een verplichting op, waarom, krachtens [marge: het tweede lid, ontheffing kan worden verleend.] m.i. geen ~~be~~ dringende aanleiding op grond van deze redeneering bestaat het Reglement aan te vullen en lijkt het mij beter ten deze (vooralsnog) geen verdere bepalingen in het Reglement op te nemen.
[Marge links onderaan:]
in het eerste lid
[verbonden met:]
het tweede lid, ontheffing kan worden verleend.
[Onderaan:]
30/7 40 afp.
[Initialen: W.R.M.] Het document is een ambtelijk advies over een juridische fijnmazigheid in het marktreglement van Amsterdam. De kern van de discussie is of de strafbepaling (art. 35) expliciet moet worden uitgebreid om koopers op de Centrale Markthallen (CM) aan te spreken op het overtreden van de toegangsregels (art. 5).
De opsteller (W.R.M.) concludeert dat een wijziging niet nodig is. De redenering is dat hoewel art. 5 formeel een instructie aan de Directeur lijkt, de aanwezigheid van een ontheffingsmogelijkheid voor koopers in het tweede lid impliceert dat de hoofdregel van het eerste lid direct op hen van toepassing is. De tekst is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit die tijd: formeel, juridisch nauwgezet en geschreven in de destijds geldende spelling (bijv. "koopers", "wen-schelijk"). Dit document is gedateerd op 30 juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de ingrijpende politieke situatie toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie 'gewoon' doordraaide.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De regels over wie er toegang had en van wie men producten mocht betrekken, waren cruciaal voor de controle op de distributiehandel. Mevr. Mr. Redeker-van Gonda, die in de tekst wordt genoemd, was een bekende juriste bij de gemeente Amsterdam. Het document illustreert hoe ambtelijke precisie werd gehandhaafd in een tijd die snel zou veranderen door de toenemende druk van de bezetter op de distributie en regelgeving.