Formele brief / strafbeschikking.
Origineel
Formele brief / strafbeschikking. 20 november 1940. De Directeur (van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer Th. van Lier, Azaleastraat 66, Amsterdam-Noord. Extra [handgeschreven]
HG.
<u>den Heer Th.van Lier,</u>
<u>Azaleastraat 66,</u>
<u>Amsterdam-Noord.</u>
37/59/24 M. 20 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Donderdag 14 November jl. 7 kisten spruiten en 2 kisten peren heeft betrokken van een niet op de Centrale Markt gevestigden grossier. Dit is in strijd met artikel 5 van het Reglement op de Centrale Markt. In verband hiermede heb ik U, ingevolge artikel 35 lid 1 van dit Reglement, voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan overtreding van het Reglement op de Centrale Markt schuldig maakt.
De Directeur, Dit document is een officiële schriftelijke waarschuwing annex strafoplegging gericht aan een marktkoopman of handelaar, de heer Th. van Lier. De kern van de brief is een constatering van een overtreding van de marktregels.
De overtreding hield in dat Van Lier groenten (spruiten) en fruit (peren) had ingekocht bij een grossier die niet officieel op de Centrale Markt gevestigd was. Dit was volgens artikel 5 van het geldende reglement verboden. De Centrale Markt diende als een gecontroleerd knooppunt voor de groothandel; handel buiten deze officiële kanalen om werd strikt gesanctioneerd om de grip op de distributieketen te behouden.
De sanctie is relatief licht maar formeel: een voorwaardelijke ontzegging van de toegang tot de markt voor één dag, met een proeftijd van één jaar. Het document illustreert de stringente en bureaucratische wijze waarop de marktreglementen werden gehandhaafd. De brief dateert van november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter, via de Nederlandse overheidsorganen, de controle op de voedselvoorziening en -distributie steeds verder aan te scherpen. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het vitale centrum voor de bevoorrading van de stad.
Regels zoals artikel 5 waren bedoeld om de handel transparant en controleerbaar te houden. Door handelaren te dwingen enkel bij gevestigde grossiers te kopen, kon de overheid (en de bezetter) toezien op prijzen en voorraden, en werd de opkomst van de zwarte markt bemoeilijkt.
De Azaleastraat in Amsterdam-Noord, waar de ontvanger woonde, was een buurt waar veel kleine zelfstandigen en arbeiders gevestigd waren. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de toenemende regeldruk voor kleine ondernemers tijdens de eerste oorlogsmaanden.