Memorandum (briefkaartmodel).
Origineel
Memorandum (briefkaartmodel). 21 mei 1940. H. C. Stekelenburg (namens het secretariaat van Mercurius). [Gedrukte koptekst links:]
MEMORANDUM
KOOPLIEDEN- EN MARKTKRAMERSBOND
„MERCURIUS”
Opgericht 23 December 1898. Gevestigd te Amsterdam
Goedgekeurd bij verschillende Koninklijke Besluiten
Aangesloten bij de Nederl. Bond van Marktkoopliedenverenigingen
Secretariaat:
[Handgeschreven tekst rechtsboven:]
Aan de Weled. Heer
Directeur v.d. Marktwezen
Amsterdam, 21 Mei 1940.
[Stempel en kenmerk midden rechts:]
№ 37/77/ M. 1940 21/5
[Handgeschreven hoofdtekst:]
Weled. Heer!
Gelieve aan E. C. A. Flörig
wonenende Gov. Flinckstraat 274
een bewijs te willen verstrekken
voor het vervoer van goederen
van uit A’dam naar eenige
markten buiten de stad.
Met de meesten dank Hoogacht.
H. C. Stekelenburg * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel-zakelijk Nederlands van de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "Weled. Heer", "wonenende", "te willen verstrekken").
* Persoonsgegevens: De aanvraag betreft E. C. A. Flörig, woonachtig aan de Govert Flinckstraat 274. Deze straat ligt in de Amsterdamse wijk 'De Pijp', pal achter de bekende Albert Cuypmarkt.
* Administratieve verwerking: De paarse stempel rechtsboven ("M. 1940") met de handgeschreven datum "21/5" geeft aan dat de brief op de dag van verzending direct is ontvangen en ingeboekt door de gemeentelijke dienst Marktwezen. Dit document is historisch saillant vanwege de datum: 21 mei 1940. Dit is slechts elf dagen na de Duitse inval in Nederland en precies één week na de Nederlandse capitulatie (14 mei 1940).
In de chaotische dagen direct na de overgave was het normale economische verkeer ontregeld. De Duitse bezetter en de Nederlandse autoriteiten voerden direct restricties in op het vervoer van goederen en de bewegingsvrijheid. Het feit dat de bond "Mercurius" voor een van haar leden een expliciet bewijs aanvraagt om goederen "buiten de stad" te mogen vervoeren, wijst op de invoering van speciale vergunningsstelsels voor marktkooplieden om de voedselvoorziening en handel onder controle te houden tijdens de vroege dagen van de bezetting. De Albert Cuyp-buurt (waar Flörig woonde) was en is het hart van de Amsterdamse markthandel.