Zakelijke correspondentie (doorslag van een brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (doorslag van een brief). 3 juni 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam, gezien de signatuur rechtsboven "C.H. Broese" en de term "alhier" bij de Centrale Markt). [Rechtsboven handgeschreven signatuur:] C.H. Broese
VP/HG.
37/83/1 M.
1
[Handgeschreven:] Verzonden 4/6
3 Juni 1940.
de Commercieele Afdeeling B
der Nederlandsche Spoorwegen
te
U T R E C H T .
Onder terugzending van den door K.Wagenaar Gz.N.V.
aan Uw Directie gerichten brief, welke mij door den heer
Reiningh van Uw afdeeling werd ter hand gesteld, heb ik de eer
U het navolgende te berichten.
De beide in den bedoelden brief genoemde wagons
met kool zijn op de Centrale Markt alhier op 15 Mei jl. aange-
komen en, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1390 BW, ver-
kocht door drie te goeder naam bekende grossiers, die veel
kool plegen te verhandelen, namelijk W.F.Dijkstra, G.Kramer en
J.Glas. Gelet op den tijd van het jaar, die voor den verkoop
van kool niet gunstig is, werden de producten tegen redelijken
prijs verkocht. De prijzen zijn door de verkoopers meegedeeld
aan den vertegenwoordiger der in den aanhef genoemde N.V., den
heer P.v.d.Molen, toen deze op 18 Mei jl. de Centrale Markt
bezocht. Volgens van de verkoopers ontvangen opgave, was de
netto opbrengst van den inhoud der beide wagons:
Wagon no.12400:roode kool 2570 stuks )
witte kool 374 " ) f 235,61
Wagon no.28595:roode kool 1970 stuks )
gele kool 2076 " ) " 223,91
----------
Totaal f 459,52
==========
De Directeur, Deze brief dient als een officieel verslag over de gedwongen verkoop van bederfelijke goederen (kool) tijdens de turbulente meidagen van 1940. Twee wagons met roode, witte en gele kool, toebehorend aan de firma K. Wagenaar Gz. N.V., kwamen op 15 mei 1940 aan op de Centrale Markt (vermoedelijk in Amsterdam). Omdat de normale afwikkeling van het transport waarschijnlijk door de oorlogsomstandigheden was verstoord, werd overgegaan tot verkoop op grond van artikel 1390 van het Burgerlijk Wetboek (oud). Dit artikel gaf vervoerders het recht om goederen die niet konden worden afgeleverd of aan bederf onderhevig waren, te doen verkopen om de schade te beperken.
De verkoop werd uitgevoerd door drie erkende grossiers (Dijkstra, Kramer en Glas). De opbrengst van f 459,52 wordt hier gerapporteerd aan de Nederlandse Spoorwegen (NS) ter verdere administratieve afhandeling met de eigenaar van de goederen. Opvallend is de gedetailleerde specificatie per wagon en per koolsoort. De datum van de brief, 3 juni 1940, en de datum van aankomst van de wagons, 15 mei 1940, zijn cruciaal. Op 15 mei 1940 tekende Nederland de capitulatie na de Duitse inval. Het land was in chaos; transportlijnen waren geblokkeerd door vernielde bruggen en militaire bewegingen. Veel goederenwagons strandden op rangeerterreinen of bereikten hun eindbestemming niet.
Om te voorkomen dat de lading kool volledig zou wegrotten, werd de lading op de dag van de capitulatie direct naar de Centrale Markt gedirigeerd voor publieke verkoop. De vermelding dat de tijd van het jaar "niet gunstig" was voor koolverkoop, duidt erop dat de markt verzadigd was of dat de vraag naar dit winterproduct in de vroege zomer laag was, wat de opbrengst beïnvloedde. De brief illustreert hoe civiele instanties en de NS direct na de overgave probeerden de normale commerciële en juridische orde te herstellen en lopende zaken af te wikkelen. De ondertekenaar "C.H. Broese" verwijst waarschijnlijk naar Cornelis Hendrik Broese, destijds directeur van de Marktwezen in Amsterdam.