Dienstverslag / Rapport.
Origineel
Dienstverslag / Rapport. No 37/100/M. 1940 2/7 Rapport.
[Stempel linksboven:] Gezien [Paraaf]
Heden morgen ± 2.30 v.m. heeft de Politie op last van den Duitschen Commandant een onderzoek ingesteld op de Centrale Markt, daar er licht brandde.
Bij onderzoek bleek dat er licht ontstoken was in het pakhuis van de Fa. Hes. Onderget. had de grossier J. Hes hier tot 3 maal toe op attent gemaakt, doch deze gaf ten antwoord: "Het straalt niet uit en dan mag het." Ook had de knecht van den expediteur Floran het licht opgestoken in een pakhuis. De politie maakte ook daar tegen erg bezwaar.
Geregeld waarschuwen de controleurs de grossiers doch met bovengemeld resultaat.
Ook bij de fa. Bleyerveld was het licht om half 5 weer ontstoken.
[Margenotitie links:] F Prins, J. Bulleskamp.
Amsterdam 2 Juli 40
De Controleurs,
[Handtekening]
[Rode potloodnotitie:] gezien [Paraaf]
[Onderschrift in ander handschrift:]
met ingang van 3 Juli is de C.M. gesloten van 10.30 NM tot 4.30 V.M.
Vrs 3/7-40 [Paraaf] Dit document is een officieel rapport van de marktcontroleurs van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het rapport is de handhaving van de verduisteringsvoorschriften.
De tekst laat een duidelijke spanning zien tussen de handhavers (politie en controleurs) en de ondernemers (de grossiers). De grossier J. Hes voert een technisch verweer ("het straalt niet uit"), wat duidt op een zekere onwil of nonchalance ten aanzien van de nieuwe regels. De vermelding dat de politie handelde "op last van den Duitschen Commandant" onderstreept de autoritaire context: de Nederlandse politie fungeerde hier als uitvoerder van de bevelen van de bezetter.
Onderaan is een logistieke beslissing toegevoegd: om toekomstige problemen te voorkomen, worden de openingstijden van de Centrale Markt (C.M.) aangepast, zodat men tijdens de donkerste uren niet op de markt aanwezig mag zijn. Het rapport is geschreven in juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. De Duitse bezetter voerde direct strenge verduisteringsmaatregelen in om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers steden als bakens konden gebruiken.
De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal punt voor de voedselvoorziening. Omdat de werkzaamheden daar normaal gesproken diep in de nacht en vroege ochtend plaatsvonden, botsten de economische activiteiten direct met de militaire veiligheidsvoorschriften van de Duitsers. Dit document is een vroeg voorbeeld van hoe de bezetting het dagelijks werk en de bewegingsvrijheid van burgers begon in te perken via administratieve en politionele weg.