Archiefdocument
Origineel
9 augustus 1940. [Links boven, handgeschreven in potlood:] Marktwe
[Rechts boven:] Opheffing fruitmarkt Waterlooplein.
[Links boven, stempel en handgeschreven:] Nº 37/103/3 M. 1940 30/8
[Onder kenmerk, handgeschreven:] m.i. gba [geparafeerd]
No. 652 L.M.1940.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 9 Augustus 1940.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen deelt, onder herinnering aan de bespreking in de vergadering van 19 Juli j.l. omtrent de mogelijke opheffing van de clandestiene fruitmarkt op Zondag op het Waterlooplein, mede, dat de Directeur van het Marktwezen deze aangelegenheid aan de orde heeft gesteld in de Commissie van Advies voor de Centrale Markt, die eenstemmig van oordeel was, dat de markt moet worden beëindigd.
De vergadering besluit, overeenkomstig het advies van de Commissie van Advies voor de Centrale Markt, te bepalen, dat de fruitmarkt op Zondag op het Waterlooplein zal worden opgeheven.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks) en Algemeene Zaken.
M.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document betreft een officieel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om een einde te maken aan de zondagse fruithandel op het Waterlooplein. De markt wordt in het document als "clandestien" (illegaal) bestempeld.
Uit de tekst blijkt een ambtelijke hiërarchie: de Wethouder voor Levensmiddelen voert het woord, maar baseert zich op een advies van de Directeur van het Marktwezen en de 'Commissie van Advies voor de Centrale Markt'. Het besluit is unaniem genomen. Opvallend is de gedetailleerde verspreiding van het besluit naar relevante gemeentelijke afdelingen, wat duidt op een gecoördineerde handhaving van de maatregel. Het document dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel het besluit gepresenteerd wordt als een reguliere marktverordening tegen illegale handel, kan de historische context niet genegeerd worden.
Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de markt was van oudsher een centrale plek voor de Joodse gemeenschap. In de eerste maanden van de bezetting begonnen de Duitse autoriteiten, vaak via het Nederlandse bestuur, de bewegingsvrijheid en economische posities van Joden in te perken. Het verbieden van een markt op zondag (terwijl de Joodse markttraditie de zaterdag als rustdag kende) en het bestempelen van de handel als "clandestien" paste in het bredere patroon van toenemende repressie en het 'ordenen' van de publieke ruimte volgens de nieuwe bezettingsnormen. De secretaris die het document ondertekende, H.J.D. van Lier, bleef in de eerste oorlogsjaren in functie onder de nieuwe machtsverhoudingen.