Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 163
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage (doorslag).

31 juli 1940 (verzonden op 1 augustus 1940).

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage (doorslag). 31 juli 1940 (verzonden op 1 augustus 1940). [Handgeschreven rechtsboven:]
L. Broese
M. de Haan

[Linkerbovenhoek:]
37/103/2 II

[Handgeschreven middenboven:]
Verzonden 1/8

[Rechterbovenhoek:]
VP/G.

31 Juli 1940.

Verbieden clandestiene
fruitmarkt op Zondag op
het Waterlooplein.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Ten vervolge op mijn rapport d.d. 8 Juli jl. (No. 37/103/1 II) heb ik de eer U te berichten, dat ik, overeenkomstig Uw opdracht, de vraag of het gewenscht is de clandestiene fruitmarkt op Zondag op het Waterlooplein te verbieden aan de orde heb gesteld in een op 25 Juli jl. gehouden vergadering van de Commissie van Advies voor de Centrale Markt. De Commissie is eenstemmig van oordeel, dat een verbod van de onderhavige clandestiene Zondagochtendmarkt inderdaad gewenscht is en dat in de plaats daarvan des Zaterdagavonds op de Centrale Markt gelegenheid kan worden geboden om tot uiterlijk 10 uur, gedurende de maanden Juni en Juli kersen en aardbeien te verkoopen. Tot staving van de wenschelijkheid van het hier voorgestelde verbod werd in de Commissie nog aangevoerd, dat de handel op de Centrale Markt des Zaterdagochtends ongunstig wordt beïnvloed door het feit, dat de koopers er rekening mee houden, dat zij des Zondagsmorgens versch fruit kunnen koopen op het Waterlooplein. Ook de Zaterdagsverkoop van de winkeliers in de stad lijdt door het bestaan van de Zondagochtendmarkt, omdat het publiek aldus in de gelegenheid is des Zondags versch fruit van de venters te koopen, terwijl de winkeliers dan gesloten zijn.

Voor den verkoop van pruimen, peren en ander fruit, welke in de maanden Augustus en September eveneens op Zondagmorgen clandestien op het Waterlooplein plaats vindt, bestaat naar het eenstemmig oordeel der Commissie in het geheel geen reden. Het bedoelde fruit kan zeer goed na Zaterdagmorgen worden bewaard tot Maandagmorgen, om het dan op de Centrale Markt te verhandelen. Aangezien door de clandestiene Zondagsmarkt zoowel de grossiers als de winkeliers worden benadeeld, heeft de vergadering erop aangedrongen, dat reeds thans zoo spoedig mogelijk tot verbod van de onderhavige markt wordt overgegaan, opdat nog in dit seizoen de handel in pruimen, peren en ander fruit niet meer door de clandestiene markt wordt verstoord.

Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat den Hoofdcommissaris van Politie en mij op-

[Einde van deze pagina]

--- * Kernboodschap: De brief is een dringend advies aan de wethouder om de informele zondagsmarkt voor fruit op het Waterlooplein te verbieden. De Commissie van Advies voor de Centrale Markt steunt dit unaniem.
* Economische argumentatie: Het belangrijkste argument is oneerlijke concurrentie. De "clandestiene" (niet-gereguleerde) markt op zondag zou de omzet van de officiële Centrale Markt op zaterdag schaden. Daarnaast klagen reguliere winkeliers dat zij klanten verliezen aan straatventers omdat zij zelf op zondag verplicht gesloten zijn.
* Voorgestelde oplossing: Als alternatief voor kersen en aardbeien (die snel bederven) stelt men voor de Centrale Markt op zaterdagavond langer open te houden. Voor houdbaarder fruit zoals pruimen en peren ziet men geen enkele reden voor een zondagsmarkt; dit kan tot maandag wachten.
* Toon: De toon is formeel-ambtelijk en autoritair, kenmerkend voor de vroege bezettingsperiode waarin de roep om "ordening" van de markt groot was.

--- * Historische periode: Deze brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel het een lokale kwestie lijkt, past de nadruk op controle, regulering en het verbieden van "clandestiene" handel in het bredere plaatje van de toenemende restricties onder het Duitse gezag.
* Locatie (Waterlooplein): Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrum voor (straat)handel. Maatregelen tegen markten op deze locatie hadden in 1940 vaak een directe impact op de Joodse bevolking, hoewel de brief hier expliciet economische motieven (bescherming van winkeliers en de Centrale Markt) aanvoert.
* Voedselschaarste: In deze periode begon de distributie van voedsel steeds strakker te worden georganiseerd. De overheid wilde grip houden op alle goederenstromen om zwarte handel te voorkomen en de officiële distributiekanalen te beschermen.
* Functionarissen: De genoemde namen "L. Broese" en "M. de Haan" waren waarschijnlijk ambtenaren of inspecteurs verbonden aan de Centrale Markthallen (geopend in 1934 in Amsterdam-West), die toezagen op de naleving van marktreglementen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief is een dringend advies aan de wethouder om de informele zondagsmarkt voor fruit op het Waterlooplein te verbieden. De Commissie van Advies voor de Centrale Markt steunt dit unaniem.
  • Economische argumentatie: Het belangrijkste argument is oneerlijke concurrentie. De "clandestiene" (niet-gereguleerde) markt op zondag zou de omzet van de officiële Centrale Markt op zaterdag schaden. Daarnaast klagen reguliere winkeliers dat zij klanten verliezen aan straatventers omdat zij zelf op zondag verplicht gesloten zijn.
  • Voorgestelde oplossing: Als alternatief voor kersen en aardbeien (die snel bederven) stelt men voor de Centrale Markt op zaterdagavond langer open te houden. Voor houdbaarder fruit zoals pruimen en peren ziet men geen enkele reden voor een zondagsmarkt; dit kan tot maandag wachten.
  • Toon: De toon is formeel-ambtelijk en autoritair, kenmerkend voor de vroege bezettingsperiode waarin de roep om "ordening" van de markt groot was.

Historische Context

  • Historische periode: Deze brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel het een lokale kwestie lijkt, past de nadruk op controle, regulering en het verbieden van "clandestiene" handel in het bredere plaatje van de toenemende restricties onder het Duitse gezag.
  • Locatie (Waterlooplein): Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrum voor (straat)handel. Maatregelen tegen markten op deze locatie hadden in 1940 vaak een directe impact op de Joodse bevolking, hoewel de brief hier expliciet economische motieven (bescherming van winkeliers en de Centrale Markt) aanvoert.
  • Voedselschaarste: In deze periode begon de distributie van voedsel steeds strakker te worden georganiseerd. De overheid wilde grip houden op alle goederenstromen om zwarte handel te voorkomen en de officiële distributiekanalen te beschermen.
  • Functionarissen: De genoemde namen "L. Broese" en "M. de Haan" waren waarschijnlijk ambtenaren of inspecteurs verbonden aan de Centrale Markthallen (geopend in 1934 in Amsterdam-West), die toezagen op de naleving van marktreglementen.

Gerelateerde Documenten 6