Handgeschreven brief op briefpapier van de afzender.
Origineel
Handgeschreven brief op briefpapier van de afzender. 20 juli 1940. Prof. Mr. Dr. G. van den Bergh (George van den Bergh). De Directie van het Marktwezen te Amsterdam. [Briefhoofd links:]
PROF. MR. DR. G. VAN DEN BERGH.
TEL. 26102.
POSTGIRO 10133.
GEM. GIRO B 1559.
[Paars stempel:] № 37/110/M. 1940 22/7
[Briefhoofd rechts:]
AMSTERDAM-ZUID, 20 Juli 19 40
VAN EEGHENSTRAAT 106.
"Elisabeth"
Noordlaan 32
Bergen . N.H.
[Kanttekening rechtsboven:]
ni Dir.
Hr Sixma.
[Adressering:]
Aan de Directie
van het Marktwezen
te
Amsterdam.
[Salutatie:]
Zeer geachte heer Directeur!
[Body:]
Nu de tijden mij beletten over staatsrechtelijke
onderwerpen te schrijven, heb ik een studie opgezet over
de sociaal-economische gevolgen van de zogenaamde
"zomertijd" en van "hervorming van de tijdregeling"
in het algemeen.
Mag ik u in dit verband om een dienst verzoeken?
Zoudt u mij kunnen meedelen, wat sedert 1916 de gevol-
gen van de zomertijd zijn geweest voor de aanvoer van
groenten en fruit in Amsterdam? Hebben zich hierbij
bijzondere bezwaren voorgedaan, nu de groente en het
fruit, wat de zomertijd betreft, 1 uur vroeger aan
de woningen der verbruikers moesten worden bezorgd?
En hebt u bijzondere bezwaren kunnen constateren
in verband met de bijna verdubbelde zomertijd
van dit jaar?
Zoudt u u enig denkbeeld kunnen vormen
omtrent toekomstige moeilijkheden, indien — om
een extreem, academisch voorbeeld te kiezen —
de stadsbevolking in de maanden Juni en Juli
om 4 uur zomertijd aan het werk zou gaan,
doordat de klok drie of zelfs vier uur vooruit
zou zijn gezet? In deze brief verzoekt George van den Bergh de directie van het Amsterdamse Marktwezen om informatie over de logistieke impact van de zomertijd. Van den Bergh, een vooraanstaand jurist, geeft aan dat hij zijn gebruikelijke staatsrechtelijke publicaties moet staken vanwege de politieke omstandigheden (de Duitse bezetting). Hij heeft zijn aandacht verlegd naar de sociaal-economische effecten van tijdregeling.
De kernvragen in de brief zijn:
1. Wat waren de effecten van de zomertijd op de groente- en fruitaanvoer in Amsterdam sinds de introductie in 1916?
2. Welke specifieke problemen ontstonden door het feit dat producten een uur eerder bij de consument moesten zijn?
3. Wat zijn de ervaringen met de "bijna verdubbelde zomertijd" van het lopende jaar (1940)?
4. Hoe zou de voedselketen reageren op een nog extremere tijdverschuiving van drie tot vier uur?
De toon van de brief is academisch en onderzoekend, waarbij Van den Bergh praktische marktgegevens probeert te koppelen aan zijn theoretische studie over tijdshervorming. De datum van de brief, 20 juli 1940, is cruciaal voor het begrijpen van de inhoud. Nederland was op dat moment net twee maanden bezet door nazi-Duitsland. George van den Bergh, die van Joodse afkomst was en een prominente SDAP-politicus, voelde de beperkingen van de bezetter direct. Zijn opmerking dat "de tijden mij beletten over staatsrechtelijke onderwerpen te schrijven" is een eufemisme voor de censuur en de uitsluiting van Joden en politieke tegenstanders uit het publieke debat.
Zijn interesse in tijdregeling was niet nieuw, maar werd tijdens de oorlog een veilig academisch toevluchtsoord. De "bijna verdubbelde zomertijd" waar hij naar verwijst, slaat op het feit dat de Duitse bezetter direct na de inval (op 16 mei 1940) de klok in Nederland 1 uur en 40 minuten vooruit zette om de Nederlandse tijd gelijk te schakelen met de Duitse tijd (Midden-Europese Tijd). Voor de Nederlandse bevolking voelde dit als een extreme vorm van zomertijd.
Van den Bergh zou later wereldwijd bekendheid verwerven met zijn voorstellen voor de "Euro-tijd" en een nieuwe wereldkalender. Deze brief markeert een vroeg stadium in dat onderzoek, ingegeven door de noodzaak om onder de bezetting een nieuw werkveld te vinden. De geadresseerde, het Marktwezen, was verantwoordelijk voor de Centrale Markthallen in Amsterdam, de spil in de voedselvoorziening van de stad. Marktwezen