Archiefdocument
Origineel
17 augustus 1940. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 714 (1940)
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 17 Augustus 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 30 Juli j.l., M 37-118-1 betreffende het bewaren van karren van haringstandplaatshouders, deel ik U mede een onderhoud te hebben gehad met den Heer Polderman. Deze deelde o.a. mede het mogelijk te achten, dat door bemiddeling van het Gemeentebestuur eenige vakmenschen een partij haring in Denemarken persoonlijk zouden inkoopen, bewerken en vandaar per auto hierheen zouden vervoeren ter distributie aan haringstandplaatshouders. Een benzinetoewijzing zou eerder aan het Gemeentebestuur dan aan particuliere handelaren worden gegeven. Het zou mij aangenaam zijn hierover Uw meening te vernemen, te meer, daar deze zaak ook voor de voedselvoorziening van Amsterdam in het algemeen van belang zou kunnen zijn.
Ook zou volgens den Heer Polderman de oogst van mosselen groot zijn, terwijl ook dit goede
Aan den Heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen. De brief behandelt een voorstel om de haringvoorziening in Amsterdam te waarborgen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Naar aanleiding van correspondentie over de opslag van haringkarren, wordt een plan geopperd waarbij de gemeente direct intervenieert in de handelsketen.
De kern van het plan is om vaklieden naar Denemarken te sturen voor de inkoop en verwerking van haring, waarna het per vrachtwagen naar Amsterdam wordt vervoerd. Een cruciaal detail is de vermelding van de benzinetoewijzing. De schrijver merkt op dat de gemeente waarschijnlijk makkelijker brandstof krijgt dan particuliere handelaren, wat de noodzaak voor overheidsingrijpen in de markt onderstreept door de toenemende schaarste. Het document dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie. De Duitse bezetter had direct na de inval distributiemaatregelen ingevoerd. Denemarken was, hoewel ook bezet, een belangrijke voedselproducent voor de regio.
De brief illustreert de verschuiving van een vrije markt naar een geleide economie, waarbij de gemeente Amsterdam probeert de lokale haringstandplaatshouders (een iconisch onderdeel van het Amsterdamse straatbeeld) te ondersteunen en de algemene voedselvoorziening veilig te stellen. De genoemde "Heer Polderman" was waarschijnlijk een deskundige of ambtenaar betrokken bij de visserij of markthandel. De tekst breekt onderaan de pagina af, wat suggereert dat er oorspronkelijk een tweede blad was. L.M. Gemeente Amsterdam Marktwezen