Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 364
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel rapport / ambtelijk memorandum.

18 oktober 1940. Van: De chef-Marktopzichter (ondertekend door Jorgkens).

Origineel

Officieel rapport / ambtelijk memorandum. 18 oktober 1940. De chef-Marktopzichter (ondertekend door Jorgkens). Rapport
Controle
Leurders.


Nº 37/156/1 M. 1940 [Stempel: 19/10/40]
Amsterdam, 18 October '40.

Op heden werd door mij geconstateerd, dat in perceel
Quellijnstraat 149, P.Thoma als grossier in aardappelen groete en
fruit is gevestigd. Tevens heeft hij ook een opslagplaats in perceel
146. In laatst genoemd perceel bevindt zich een groote partij bloem-
kool en vat-conserven , terwijl in perceel 149 een partij aardappel-
en, wortelen en uien is opgeslagen. Bij controle bleek mij dat per
bakfiets aan winkelier M.Hess, in de Lutmastraat 189, 3 zak wortelen
werden afgeleverd. Vervolgens bij Polak in de Alb Cuypstraat een
vaatje zuurkool en bij Th van Gijzel in de Ie Oosterparkstraat 67, [Handgeschreven toevoeging: Oude Yselstraat 42]
4 zak eigenheimers, 2 zak rapen, 2zak uien en 2 zak peen.

Bovenstaande winkeliers werden door mij aangezegd, dat
wanneer een tweede maal wordt geconstateerd dat zij handel van een
niet op de C.M. gevestigde handelaar betrekken, onherroepelijk van
de C.M. zullen worden uitgesloten.

P.Thoma is niet in het bezit van een groothandels erkenning,
Vanaf 17 Juni j.l. is hij in de groente en aardappelhandel en in de
Quellijnstraat gevestigd. Hij levert uitsluitend aan winkeliers.

De chef- Marktopzichter
[Handtekening: Jorgkens.]

Den Heer
Bedrijfschef
C.M

[Handgeschreven aantekeningen linker marge:]
37/156/2 Hess
37/156/3 Polak
37/156/4 Gijzel

[Handgeschreven aantekeningen midden/rechts:]
22/10/40 [Paraaf]
Waarschuwing schriftelijk 19/10 -40 [Paraaf]
Acc 19/10 40 [Paraaf]

[Omcirkelde aantekening rechtsonder:]
3 winkeliers
Voorwaardelijk 1 dag uitsluiten.
21/10 40 [Paraaf]

[Onderste aantekening:]
Hr Brane
Dit geval tevens opgeven aan crisis-contrôle-ambtenaren.
21-10-40 [Paraaf] * Inhoud: Het rapport beschrijft de opsporing van illegale groothandelsactiviteiten door een zekere P. Thoma. Thoma exploiteert vanuit twee panden in de Quellijnstraat een handel in aardappelen, groenten en fruit zonder de vereiste vergunningen ("groothandels erkenning").
* Overtreding: De focus ligt niet alleen op de illegale handelaar, maar ook op de afnemers (de winkeliers Hess, Polak en Van Gijzel). In de vroege bezettingsjaren was het winkeliers verplicht hun voorraad via de officiële kanalen van de Centrale Markt (C.M.) te betrekken om prijsvorming en distributie te beheersen.
* Sancties: De winkeliers kregen een officiële waarschuwing. Uit de handgeschreven notities blijkt dat er een "voorwaardelijke uitsluiting van 1 dag" van de Centrale Markt werd opgelegd. Dit was een zware sanctie, omdat men zonder toegang tot de C.M. geen legale handelsvoorraad kon inkopen.
* Administratieve proces: Het document toont de korte lijnen en de strikte controle: binnen drie dagen na het rapport (18 okt t/m 21 okt) zijn de waarschuwingen verwerkt en is er besloten de zaak ook voor te leggen aan de "crisis-contrôle-ambtenaren" (onderdeel van de Crisis Controle Dienst of CCD). * Tijdsgewricht: Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode razendsnel aan banden gelegd via een distributiesysteem om tekorten te voorkomen en de markt te reguleren voor de bezetter.
* Economische Controle: De overheid probeerde via de Centrale Markt en de Crisis Controle Dienst (CCD) de 'zwarte handel' en ongecontroleerde tussenhandel uit te bannen. De term "Leurders" in de kop verwijst naar een categorie handelaren die vaak buiten de vaste markten en veilingen om opereerden.
* Lokale geschiedenis: De genoemde locaties (Quellijnstraat, Albert Cuypstraat, Lutmastraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt met veel markthandel. Opvallend zijn de namen van de winkeliers (o.a. Hess en Polak), namen die vaak (maar niet uitsluitend) voorkomen in de Joodse gemeenschap, die in deze fase van de bezetting nog hun zaken mochten drijven maar wel onderhevig waren aan steeds strengere controles.

Samenvatting

  • Inhoud: Het rapport beschrijft de opsporing van illegale groothandelsactiviteiten door een zekere P. Thoma. Thoma exploiteert vanuit twee panden in de Quellijnstraat een handel in aardappelen, groenten en fruit zonder de vereiste vergunningen ("groothandels erkenning").
  • Overtreding: De focus ligt niet alleen op de illegale handelaar, maar ook op de afnemers (de winkeliers Hess, Polak en Van Gijzel). In de vroege bezettingsjaren was het winkeliers verplicht hun voorraad via de officiële kanalen van de Centrale Markt (C.M.) te betrekken om prijsvorming en distributie te beheersen.
  • Sancties: De winkeliers kregen een officiële waarschuwing. Uit de handgeschreven notities blijkt dat er een "voorwaardelijke uitsluiting van 1 dag" van de Centrale Markt werd opgelegd. Dit was een zware sanctie, omdat men zonder toegang tot de C.M. geen legale handelsvoorraad kon inkopen.
  • Administratieve proces: Het document toont de korte lijnen en de strikte controle: binnen drie dagen na het rapport (18 okt t/m 21 okt) zijn de waarschuwingen verwerkt en is er besloten de zaak ook voor te leggen aan de "crisis-contrôle-ambtenaren" (onderdeel van de Crisis Controle Dienst of CCD).

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode razendsnel aan banden gelegd via een distributiesysteem om tekorten te voorkomen en de markt te reguleren voor de bezetter.
  • Economische Controle: De overheid probeerde via de Centrale Markt en de Crisis Controle Dienst (CCD) de 'zwarte handel' en ongecontroleerde tussenhandel uit te bannen. De term "Leurders" in de kop verwijst naar een categorie handelaren die vaak buiten de vaste markten en veilingen om opereerden.
  • Lokale geschiedenis: De genoemde locaties (Quellijnstraat, Albert Cuypstraat, Lutmastraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt met veel markthandel. Opvallend zijn de namen van de winkeliers (o.a. Hess en Polak), namen die vaak (maar niet uitsluitend) voorkomen in de Joodse gemeenschap, die in deze fase van de bezetting nog hun zaken mochten drijven maar wel onderhevig waren aan steeds strengere controles.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6