Zakelijke brief op officieel briefpapier.
Origineel
Zakelijke brief op officieel briefpapier. 28 augustus 1940. Algemeene Vruchten Import Maatschappij N.V., Rotterdam. Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam - W. Algemeene Vruchten Import Maatschappij N.V.
TELEFOON:
ROTTERDAM 41186 (TIJDELIJK)
DEN HAAG 773485 (NA 18 UUR)
TELEGRAM-ADRES: ALVRIMA
POSTREKENING: 22766
ROTTERDAM, 28 Augustus 1940.
DOEZASTRAAT 23 b
[Stempel: Nº 60/5/5 M. 1940] [Handgeschreven: 29/8]
Aan de Directie van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m - W
[Handgeschreven in linkermarge: missen (?) met onderstreping]
Myne Heeren,
Wy erkennen hiermede de goede ontvangst van uw geacht schryven d.d. 27 dezer, no. 60/5/4 M., van welks inhoud wy met belangstelling hebben kennis genomen en naar aanleiding waarvan wy U zouden willen verzoeken, zulks met het oog op het momenteel nog heerschend afleveringsverbod, de huur van het kantoortje te willen doen ingaan per 1 September a.s.
Inmiddels teekent met de meeste Hoogachting
Algemeene Vruchten Import Maatschappij N.V.
Directeur
[Handgeschreven handtekening in paarse inkt] Deze brief is een formeel zakelijk schrijven van een fruitimportbedrijf aan de directie van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is beleefd en zakelijk ("geacht schryven", "met de meeste Hoogachting"), gebruikmakend van de toen gangbare spelling (zoals "myne", "wy", "heerschend").
De kern van de brief is een verzoek om de huur van een klein kantoor ("kantoortje") te laten ingaan op 1 september 1940. De reden voor de timing is een "momenteel nog heerschend afleveringsverbod". Dit wijst op verstoringen in de handel, waarschijnlijk direct gerelateerd aan de economische maatregelen en distributiebeperkingen in de eerste maanden van de Duitse bezetting.
Opmerkelijk is de vermelding "(TIJDELIJK)" bij het telefoonnummer van Rotterdam. Dit is een direct gevolg van het bombardement op Rotterdam in mei 1940, waarbij de infrastructuur in de binnenstad zwaar beschadigd raakte en veel bedrijven naar noodlocaties (zoals hier de Doezastraat) moesten uitwijken. De brief is geschreven in augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie. De locatie van de ontvanger, Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam, is het adres van de Centrale Markthallen, destijds het centrum van de Amsterdamse voedselvoorziening en handel.
De Algemeene Vruchten Import Maatschappij (ALVRIMA) was een belangrijke speler in de import van overzees fruit. Door de oorlogsvoering op zee en de blokkades was de overzeese handel nagenoeg tot stilstand gekomen. Het genoemde "afleveringsverbod" past in het beeld van de vroege bezettingsjaren, waarin de bezetter de controle over de voedselvoorziening en handelsprocessen (zoals de veilingen en markthallen) overnam via centrale instanties zoals het Marktwezen. De noodzaak voor een kantoortje op het terrein van de markthallen suggereert dat het bedrijf probeerde zijn operaties aan te passen aan de nieuwe, sterk gereguleerde distributieomstandigheden.