Ambtsbrief / Interne correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief / Interne correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 8 december 1939. De Wethouder voor de Financiën (P. Rustige). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen. No. 62/13/5 M.1939 11/12
No. 865 L.M.1939 8/12
No. 1387 F.1939.
820
De WETHOUDER voor de FINANCIËN heeft de eer deze stukken weder te doen toekomen aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen onder mededeeling dat het herstellen van de dakbedekking van de markthal door hem -Wethouder voor de Financiën- niet als normaal onderhoud wordt beschouwd doch desniettemin van meening blijft, dat dit werk niet ten laste van het bouwcrediet en dus ten laste van den Kapitaaldienst mag worden gebracht, doch ten laste van den post Onderhoud, zoonoodig na verhooging van dien post en daardoor ten laste van den gewonen dienst moet worden geboekt.
AMSTERDAM, 8 December 1939.
De Wethouder,
w.g. Rustige.
[Handgeschreven aantekening:]
kennisgenomen
w.g. [onleesbare paraaf/handtekening] * Inhoud: Het document betreft een comptabel (boekhoudkundig) geschil tussen twee Amsterdamse wethouders. De Wethouder voor de Financiën reageert op een voorstel betreffende de financiering van de dakreparatie van een markthal.
* Kern van het geschil: Hoewel de Wethouder voor de Financiën erkent dat de reparatie verder gaat dan "normaal onderhoud", weigert hij de kosten te dekken uit de 'Kapitaaldienst' (de begroting voor investeringen/bouw). Hij stelt dat de kosten moeten vallen onder de 'gewone dienst' (de exploitatiebegroting), specifiek onder de post 'Onderhoud', zelfs als die post daarvoor verhoogd moet worden.
* Terminologie: Het gebruik van termen als "Kapitaaldienst" versus "gewonen dienst" is kenmerkend voor de gemeentelijke begrotingssystematiek van die tijd. De Kapitaaldienst was bedoeld voor uitgaven die de waarde van het gemeentelijk bezit vermeerderen, terwijl de gewone dienst de dagelijkse kosten dekt.
* Stijl: De toon is uiterst formeel en hoffelijk ("heeft de eer", "weder te doen toekomen"), typerend voor het vooroorlogse bestuurlijke taalgebruik. * Historische context: De brief is gedateerd op 8 december 1939, tijdens de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied (mei 1940). Ondanks de internationale spanningen draaide de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam op volle toeren door, met strikte aandacht voor budgettaire verantwoording.
* Betrokken personen: "w.g. Rustige" verwijst naar Pieter Rustige (SDAP), die van 1935 tot 1940 wethouder van Financiën was in Amsterdam.
* Locatie: De genoemde "markthal" verwijst vermoedelijk naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, een groot project dat in die jaren essentieel was voor de voedselvoorziening van de stad. P. Rustige Gemeente Amsterdam