Ambtsbrief (Afschrift)
Origineel
Ambtsbrief (Afschrift) 21 Maart 1935 Gemeente Amsterdam, De Wethouder voor de Financiën (w.g. Rustige) De Heer Wethouder voor de Publieke Werken, Amsterdam Go
Afschrift
Gemeente Amsterdam
No. 62/45 M.1935
No. 270 L.M.1935
No. 864/5 P.W.1934
Afd. Fin.
No. 184/2(1935)
Amsterdam 21 Maart 1935
In antwoord op Uw schryven van 11 Maart j.l. No. 864/5
P.W.1934, deel ik U mede, dat naar myn oordeel de stormschade
aan den paardenstal op de Centrale Markt behoort te komen ten
laste van de exploitatie-rekening van die instelling.
M.i. zou het volkomen onjuist zyn deze herstellingskosten
ten laste van het krediet te brengen en dus te gaan leenen
voor deze schade.
Was dit krediet reeds afgesloten, dan zou men zeker niet
tot een dergelyke beslissing komem.
De Wethouder voor de Financiën,
w.g. Rustige
Aan
den Heer Wethouder voor de
Publieke Werken. Dit document betreft een interne correspondentie binnen de Gemeente Amsterdam uit de jaren dertig. De wethouder van Financiën (J.L. Rustige) reageert op een voorstel van de wethouder van Publieke Werken aangaande de financiering van herstelwerkzaamheden. Het kernpunt is een boekhoudkundige discussie: moeten reparatiekosten als gevolg van stormschade worden gedekt uit de lopende exploitatiebegroting van de Centrale Markt, of mag hiervoor een krediet (lening) worden aangesproken?
Rustige neemt een behoudend standpunt in en weigert het afsluiten van een lening voor deze onderhoudskosten. Hij argumenteert dat dergelijke onvoorziene kosten direct uit de opbrengsten van de instelling zelf betaald dienen te worden. In de tekst valt de toenmalige spelling op (zoals schryven, myn, leenen) en een typefout in het laatste woord (komem in plaats van komen). De brief is geschreven in de periode dat de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) pas een jaar in gebruik was (geopend in 1934). Paardenstallen waren op dat moment nog essentieel voor de logistiek van de markt.
De strenge houding van de wethouder van Financiën kan worden gezien in het licht van de economische depressie van de jaren '30. De gemeente Amsterdam kampte met grote tekorten en voerde een rigide bezuinigingsbeleid. Het vermijden van nieuwe leningen voor zaken die als reguliere exploitatiekosten werden gezien, was een belangrijk onderdeel van dit beleid om de gemeentelijke schuldpositie beheersbaar te houden.