Ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag). 5 februari 1940 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 7/2-'40"). Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (ondertekening ontbreekt op deze pagina). [Handgeschreven rechtsboven:]
ten. hr. Broere
ten. hr. Müller
VP/DV.
64/3/3 M. [Handgeschreven:] Verzonden 7/2-'40
5 Februari 1940.
Ontbinding huurcontract met J.Star inzake pakhuis-afdeeling no. A 1 op de Centrale Markt.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.Star, die pakhuisafdeeling no. A 1 op de Centrale Markt heeft gehuurd voor de periode van 1 Januari tot en met 31 December 1940 voor den prijs van ƒ 125,- per maand, mij schriftelijk heeft verzocht om met ingang van 1 Februari 1940 van de verplichtingen van het bedoelde huurcontract te worden ontheven, aangezien hij financieel niet in staat is om den huurprijs maandelijks te blijven betalen. Star heeft de vorenbedoelde pakhuisafdeeling ook in 1939 gehuurd, doch toen tezamen met den toenmaligen grossier W.Kramer. Deze laatste heeft met ingang van 1 September 1939 de Centrale Markt verlaten en is venter geworden. Star bleef voor den huurprijs aansprakelijk en hij heeft getracht een nieuwen samenhuurder te vinden, hetgeen hem niet is gelukt. Hij wilde het echter zoo lang mogelijk in de bedoelde pakhuisafdeeling volhouden, weshalve hij ook op 1 Januari jl. het huurcontract vernieuwde; dezerzijds is hem toen de belofte gedaan, dat hij eventueel een onderhuurder mocht nemen; hij is er echter niet in geslaagd een dergelijken huurder te vinden. Ten gevolge van den zeer strengen winter is Star thans in financiëele moeilijkheden geraakt. Hij beschikt namelijk niet over kapitaal om voorraden op te doen, weshalve hij niet kan concurreeren tegen grossiers, die, vóór de Dit document betreft een verzoek tot vroegtijdige beëindiging van een huurovereenkomst door een handelaar op de Centrale Markt in Amsterdam. De huurder, J. Star, kan de maandelijkse lasten van 125 gulden niet meer opbrengen. Uit de tekst blijkt een opeenstapeling van economische tegenslagen:
1. Verlies van compagnon: Sinds het vertrek van medehuurder W. Kramer in september 1939 (die 'venter' werd) moest Star de volledige huur alleen dragen.
2. Mislukte onderverhuur: Ondanks toestemming van de marktadministratie lukte het hem niet een nieuwe partner te vinden.
3. Klimaatinvloeden: De "zeer strenge winter" (de beruchte horrorwinter van 1939-1940) heeft zijn handel negatief beïnvloed.
4. Gebrek aan werkkapitaal: Star mist de financiële buffer om voorraden in te kopen, waardoor hij zijn concurrentiepositie ten opzichte van grotere grossiers verliest.
Het document is representatief voor de economische kwetsbaarheid van kleine zelfstandigen vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam opende in 1934 en was het centrale punt voor de voedselvoorziening van de stad. De Wethouder voor de Levensmiddelen speelde een cruciale rol in het beheer hiervan.
De genoemde "zeer strenge winter" verwijst naar de winter van 1939-1940, die de boeken in ging als een van de koudste van de 20e eeuw. Dit zorgde voor grote logistieke problemen, bevroren kanalen en een stagnatie in de aanvoer van verse producten, wat kleine handelaren zoals Star vaak de genadeslag gaf.
De naam J. Star is historisch interessant; indien dit een Joodse handelaar betrof, zou dit document deel kunnen uitmaken van een dossier dat de economische neergang van Joodse marktkooplieden net vóór de bezetting documenteert, hoewel de brief hier puur bedrijfseconomische redenen noemt.