Ambtelijke notitie / intern memo.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memo. CENTRALE MARKT
Tuinder J. v.d. Voort
Post Halfweg
Raasdorperweg 26.
heeft voor het kalenderjaar 1940 een verklaring
getekend voor het bezetten van een tuindersplaats.
(Groep 52)
Van het daarvoor verschuldigde plaatsgeld
à f 90.- heeft hij tot heden niets betaald.
Volgens bijgaande notitie zou v.d. Voort
ziek zijn en genoodzaakt zijn geweest zijn tuin
te verkoopen aan den tuinder Gielingh.
De bedoeling is klaarblijkelijk dat v.d. Voort
een gedeelte van het plaatsgeld moet kwijt-
schelden.
Volgens de administratie van de Tuinders-
organisatie zou v.d. Voort het laatst op
18 April 1940 hebben gewerkt.
Aan hem zou, indien deze gegevens juist
zijn, kwijtschelding op grond van billijkheid
(Art. 10 v.d. Voorschr.) verleend kunnen worden
van het betalen van plaatsgeld over de maanden
Mei t/m Dec. 1940. = 8/12 v. f 90.- = f 60.-
v.d. Voort is houder van legitimatie kaart no. 37
en entree kaart no 7274 beide voor het kalen-
derjaar 1940 - * Financiële kwestie: De tuinder J. v.d. Voort was voor het jaar 1940 een bedrag van 90 gulden verschuldigd voor het gebruik van een standplaats of perceel op de markt (Groep 52). Hij had op het moment van schrijven nog niets voldaan.
* Reden voor verzuim: De notitie vermeldt dat de heer Van de Voort door ziekte gedwongen was zijn tuin over te doen aan een andere tuinder, genaamd Gielingh.
* Voorgestelde oplossing: De opsteller van het memo adviseert om op basis van "billijkheid" (redelijkheid) en verwijzend naar Artikel 10 van de geldende voorschriften, een gedeeltelijke kwijtschelding te verlenen.
* Berekening: Omdat hij na 18 april niet meer gewerkt heeft, wordt voorgesteld om de kosten voor de resterende 8 maanden van het jaar (mei t/m december) kwijt te schelden. Dit komt neer op 8/12 van 90 gulden, oftewel 60 gulden.
* Identificatie: Ter controle zijn de nummers van zijn legitimatiekaart (no. 37) en entreekaart (no. 7274) genoteerd. Dit document biedt een inkijkje in de administratieve afhandeling van sociale en economische tegenslagen binnen de tuinbouwsector rond de aanvang van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd het spilpunt voor de voedselvoorziening; tuinders uit de directe omgeving (zoals Halfweg en de Haarlemmermeer) leverden hier hun producten.
Interessant is de datum van 18 april 1940 als laatste werkdag. Dit is slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De ambtelijke molen lijkt hier ondanks de naderende of reeds begonnen oorlogstijd nog op de gebruikelijke, nauwgezette wijze door te draaien, waarbij individuele gevallen op basis van reglementen en menselijkheid werden beoordeeld.