Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 27 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:] A. Muller [met een paraaf/stempel eronder]
[Linksboven:]
VD/HG.
64/11/2 N.
[Rechtsboven, schuin handgeschreven:] aangehouden / op slip / S
[Rechts:] 27 Juni 1940.
[Links:]
Kwijtschelding betaling marktgeld
en restitutie entréégeld Centrale
Markt aan tuinder J.v.d.Voort.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.v.d. Voort, Raasdorperweg 26 Post Halfweg, die voor het kalenderjaar 1940 een tuindersplaats op de Centrale Markt heeft bezet, deze markt sedert 15 April jl. in verband met ernstige ziekte niet meer heeft bezocht. Volgens ontvangen inlichtingen heeft hij zijn tuin verkocht aan den tuinder Geilswijk. Van het terzake verschuldigde plaatsgeld ad ƒ 90,- heeft hij tot heden niets betaald; hij verzoekt thans kwijtschelding van marktgeld voor het gedeelte van het jaar, dat hij de markt niet meer bezocht. Het komt mij billijk voor hem kwijtschelding van plaatsgeld te verleenen over de maanden Mei tot en met December 1940 = 8/12 x ƒ 90,- = ƒ 60,-.
Van der Voort heeft het entréégeld voor de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1940 ten bedrage van ƒ 10,- voldaan. Op grond van het bovenstaande zou hem teruggave verleend kunnen worden tot een bedrag van ƒ 6,66 (8/12 x ƒ 10,-).
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders aan J.v.d.Voort voornoemd kwijtschelding wordt verleend van door hem op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1940 verschuldigde plaatsgeld tot een bedrag van ƒ 60,- zulks op gronden van billijkheid, krachtens artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, benevens restitutie van betaald entréégeld tot een bedrag van ƒ 6,66, zulks eveneens op gronden van billijkheid, krachtens artikel 36 van voornoemden Verordening.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een administratieve afhandeling van een verzoek van tuinder J.v.d. Voort uit Halfweg. Vanwege ernstige ziekte heeft hij zijn bedrijf verkocht en zijn marktplaats op de Centrale Markt in Amsterdam na 15 april 1940 niet meer kunnen gebruiken. De directeur van de markt adviseert de wethouder om over de resterende acht maanden van het jaar de standplaatsgelden kwijt te schelden en een deel van het reeds betaalde entreegeld terug te geven.
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 en artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De besluitvorming ligt bij het College van Burgemeester en Wethouders.
* Administratieve taal: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken").
* Berekening: Er wordt een pro-rata berekening toegepast: 8/12e deel van de jaarlijkse kosten wordt kwijtgescholden of gerestitueerd. * Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 27 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de turbulente politieke situatie ging de gemeentelijke bureaucratie en de voedselvoorziening via de Centrale Markt gewoon door.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de distributie van groenten en fruit in de stad. Tuinders uit de regio (zoals Halfweg) brachten hier hun producten ter veiling of verkoop.
* Sociale context: Het document illustreert de persoonlijke impact van ziekte op kleine ondernemers (tuinders) en hoe de overheid destijds omging met verzoeken om financiële coulance op basis van "billijkheid". De handgeschreven notitie "aangehouden op slip" suggereert dat de afhandeling van dit specifieke verzoek mogelijk enige vertraging opliep of apart werd gehouden voor verdere controle.