Getypte brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 25 juni 1940. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst van het Marktwezen). Bovenaan staat een handgeschreven naam, waarschijnlijk "M. Müller". De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller
[Midden boven:] DV.
[Links boven:]
64/12/1 M.
n 24
[Rechts boven:] 25 Juni 1940.
[Rechts midden:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden: 12 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen nos. 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 11, 14, 15, 16, 17 van pier D op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat deze contracten door den heer Burgemeester worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie te kunnen zorgdragen.
[Rechts onder:] De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke geleidebrief. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (gezien de context waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen) stuurt twaalf huur- of pachtcontracten in tweevoud (duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen.
De kern van de zaak is de administratieve afhandeling van pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam (specifiek Pier D). De wethouder wordt verzocht ervoor te zorgen dat de Burgemeester deze contracten ondertekent. Zodra de handtekeningen zijn gezet, moeten de documenten terug naar de directeur voor de definitieve registratie. De brief hanteert de voor die tijd gebruikelijke, uiterst beleefde en formele ambtelijke taal ("heb ik de eer U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken"). De datum van de brief, 25 juni 1940, is historisch relevant. Het is slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en het begin van de Duitse bezetting. Uit dit document blijkt dat het dagelijks gemeentebestuur en de bureaucratie in Amsterdam in de eerste fase van de bezetting grotendeels ongewijzigd doorgingen met hun reguliere taken.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren essentieel voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak, zeker nu de distributie en schaarste als gevolg van de oorlog begonnen te spelen. Pier D was een specifiek onderdeel van het marktterrein waar goederen werden gelost en opgeslagen. Het feit dat er twaalf contracten tegelijk worden afgehandeld, wijst op een reguliere administratieve ronde voor het beheer van de pakhuisruimten. Marktwezen