Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 27 augustus 1940 (met handgeschreven aantekening van verzending op 28 augustus 1940). Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Den Heer N. Walg, Centrale Markt B 7, Amsterdam-West. [Handgeschreven, bovenaan:] Verzonden 28/8 - '40
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 64/18/2 M. Amsterdam-West, 27 Augustus 1940.
Jan van Galenstraat 14.
Aan
**den Heer N. Walg,**
**Centrale Markt B 7,**
**Amsterdam-West.**
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centra-
le Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat,
ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek re-
paratiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw reke-
ning zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat ar-
tikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondi-
gingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het ge-
huurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelie-
ve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord
of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan een huurder, de heer N. Walg. De kern van de brief is de officiële toezending van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt.
De directeur wijst de huurder expliciet op twee juridische en contractuele verplichtingen:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (artikel 1619) is de huurder verantwoordelijk voor kleine herstellingen zoals ruiten en sloten.
2. Reclameregels: Artikel 8 van het specifieke contract verbiedt het ongeoorloofd plaatsen van reclameborden of aankondigingen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
De toon is zakelijk, formeel en juridisch kaderend, wat typerend is voor gemeentelijke diensten in die periode. De brief is gedateerd op 27 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was het kloppende hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
De geadresseerde, Nathan Walg, was een Joodse koopman in groenten en fruit. De Centrale Markt was een plek waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt hij historische lading door de periode waarin hij is geschreven. Kort na deze datum begonnen de bezettingsautoriteiten met het systematisch uitsluiten van Joden uit het economische leven. Joodse handelaren werden uiteindelijk verbannen van de markten en hun bedrijven werden onder beheer gesteld ('verarisering') of geliquideerd. Documenten als deze vormen het administratieve spoor van ondernemers die vlak voor of aan het begin van deze vervolging nog volop deelnamen aan het Amsterdamse handelsverkeer.