Administratief memorandum / Intern bericht van een gemeentelijke of marktinstantie.
Origineel
Administratief memorandum / Intern bericht van een gemeentelijke of marktinstantie. Oktober 1940 (verschillende data op stempels en handtekeningen: 15, 17 en 18 oktober). No 64/23/M. 1940 15/10
G. van Altena, Zandlaan 28,
Hillegom heeft een verklaring
getekend voor het bezetten van
een plaats buiten de hal, n.v. 41,/
voor de kalendermaand September 1940.
Het verschuldigde plaatsgeld groot
f 30.- heeft hij echter niet voldaan.
Volgens mededeeling van dhr.
Steunbeek zou van Altena (leurder)
in de maand September geen plaats
hebben ingenomen.
M.i. moet in dit geval de
vordering op Altena afgeboekt worden.
[Handtekening/Paraaf]
Akkoord
17-10-'40
[Paraaf]
[Stempel ondersteboven:] 15 OCT. 1940
[Stempel rood:] afgedaan 18 OCT. 1940 [datum deels onleesbaar, lijkt 18]
[Kantlijn links:] Zie Memoriaal 191/192 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een openstaande schuld. G. van Altena, een 'leurder' (straatverkoper) uit Hillegom, had zich aangemeld voor een staanplaats buiten een markthal voor de gehele maand september 1940. Hiervoor was hij een bedrag van 30 gulden verschuldigd.
De kern van het document is een verzoek tot kwijtschelding (afboeking). De ambtenaar merkt op dat Altena weliswaar getekend heeft voor de plaats, maar niet heeft betaald. Echter, op basis van informatie van een zekere heer Steunbeek wordt vastgesteld dat Altena de plek in september feitelijk nooit heeft ingenomen. Op basis hiervan wordt geadviseerd de vordering te annuleren. Dit advies wordt op 17 oktober 1940 formeel goedgekeurd ("Akkoord"). Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de politieke context niet direct uit de tekst blijkt, toont het document aan dat de reguliere gemeentelijke en marktadministraties bleven functioneren.
Een bedrag van 30 gulden voor een staanplaats was in 1940 aanzienlijk (ter vergelijking: het gemiddelde weekloon van een arbeider lag toen rond de 20 tot 25 gulden). Voor een kleine zelfstandige zoals een 'leurder' was dit een groot bedrag, wat verklaart waarom er een officieel onderzoek en akkoord nodig was om de vordering af te boeken. De verwijzing naar het 'Memoriaal' duidt op de boekhoudkundige verwerking van deze correctie. G. van Altena