Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief)
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief) 25 oktober 1938 Onbekende ambtenaar (initialen VP/HG), met handgeschreven paraaf (mogelijk "G. Brouwer") en verzendnotitie ("verzonden 25/10"). De Heer Directeur der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, Den Haag. (Handgeschreven rechtsboven: G. Brouwer [?], verzonden 25/10)
VP/HG.
2B/122/4 M.
25 October 1938.
den Heer Directeur der Neder-
landsche Groenten- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
D E N H A A G .
Ten vervolge op mijn brief d.d. 21 September jl. (No.2B/122/3 M.) inzake de verleening van een grossiers-erkenning aan D.R. Lindeman heb ik de eer U het volgende te berichten.
Ik ontving heden het Bestuur van de Amsterdamsche Federatie van Vereenigingen van Groothandelaren in aardappelen, groente en fruit, welk Bestuur mij opmerkzaam maakte op de omstandigheid, dat Lindeman voornoemd nog nimmer als groothandelaar is opgetreden. Ik kan dit ten volle onderschrijven: Lindeman treedt op als inkooper voor de winkelzaken der firma Lindeman, hij is bij mijn dienst als grossier volkomen onbekend. Hij is dan ook ongetwijfeld niet in staat om een lijst over te leggen van zijn klanten: kleinhandelaren, die hij als grossier van producten zou voorzien. Andere klanten dan zijn eigen winkelzaken (ik neem namelijk aan, dat hij in de zaken van de firma Lindeman is geïnteresseerd), worden door hem niet bediend.
De door veilingsbesturen overgelegde verklaringen, waarop de ingediende rapporten van een ambtenaar van mijn dienst betrekking hadden, hebben ten deze mijns inziens in verband met het vorenstaande, geen beteekenis.
Het leek mij gewenscht U van een en ander mededeeling te doen, aangezien ik met het bovengenoemde Bestuur der Federatie van Groothandelaren van meening ben, dat het ver-
(Document breekt hier af)
--- Dit document betreft een ambtelijk advies over de status van een handelaar, D.R. Lindeman, die een officiële erkenning als grossier (groothandelaar) heeft aangevraagd. De kern van het geschil is of Lindeman daadwerkelijk als onafhankelijke tussenpersoon fungeert of dat hij enkel inkoopt voor zijn eigen detailhandelszaken (de firma Lindeman).
De auteur van de brief heeft overleg gepleegd met de belangenorganisatie van Amsterdamse groothandelaren. Zij stellen dat Lindeman geen "echte" grossier is omdat hij geen externe klantenkring (andere detailhandelaren) bedient. De ambtenaar neemt dit standpunt over en verwerpt eerdere positieve rapporten van veilingbesturen als zijnde irrelevant voor dit specifieke punt van orde. De brief illustreert de bureaucratische controle op de marktordening en de invloed van gevestigde beroepsorganisaties op het verlenen van handelsvergunningen.
--- De brief is geschreven in oktober 1938, een periode waarin de Nederlandse handel steeds sterker werd gereguleerd als gevolg van de economische crisis van de jaren '30. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een publiekrechtelijk orgaan dat toezicht hield op de productie en distributie van tuinbouwproducten.
In die tijd was er een scherpe scheiding tussen de verschillende handelsstadia (import, groothandel, kleinhandel). Erkenningen waren cruciaal om toegang te krijgen tot veilingen en markten. Bestaande groothandelaren waren fel gekant tegen detailhandelaren die probeerden "direct bij de bron" (de veiling) in te kopen onder het mom van een grossiersstatus, omdat dit hun eigen positie als tussenpersoon ondermijnde. Dit document is een direct bewijs van deze protectionistische houding binnen de toenmalige Nederlandse handelsstructuur. D.R. Lindeman G. Brouwer