Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 225
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief of rapportage (mogelijk een concept of kopie voor intern gebruik).

Origineel

Handgeschreven brief of rapportage (mogelijk een concept of kopie voor intern gebruik). [Pagina 3]

en hem dus zullen aannemen als lid, immers deze Lindeman heeft nog nooit gegrossierd. Of „Onderling Belang” nu het zwaartepunt van deze weigering legt in eigen motieven of in die van den Centrale Markt-Dienst van het Marktwezen, doet aan dit feit niets af. Trouwens het afwijzende antwoord van „Onderling Belang”, dat ik U hierbij in afschrift overleg, zegt „meer”, dan de heer v. Vught doet voorkomen.

Ook de afwijzing van de V.B.N.A., die nog komen moet, zal natuurlijk zeer positief zijn. Het is dan ook zoo, dat ook al zou de Gemeente den heer Lindeman als grossier ter C.M. toelaten, deze via de V.B.N.A. stellig geen aardappelen zou krijgen, althans geen winteraardappelen. Immers de Ned. Akkerbouw-centrale, die al haar winteraardappelen via de V.B.N.A. en haar plaatselijke afdeelingen afzet, bekommert zich wederom heelemaal niet om een erkenning als grossier van de Ned. Groente- en Fruitcentrale, waaronder alleen de z.g. zomeraardappelen vallen.

Wat nu tenslotte deze laatste erkenning betreft, diene nog het volgende.
Uit de hierbij overgelegde afschriften van mijne desbetreffende correspondentie met de Groente- en Fruitcentrale blijkt, dat D.R. Lindeman op zonderlinge wijze in het bezit van een grossiers-erkenning is gekomen. Door verklaringen van twee veilingdirecties (van Grootebroek en Hoogkarspel) heeft de Groente- en Fruitcentrale zich blijkbaar genoodzaakt gezien dezen D.R. Lindeman een erkenning als grossier te verstrekken. Hoe dit in zijn werk is gegaan, heb ik nog eens nader geïnformeerd bij den Directeur van de Ned. Groente- en Fruitcentrale, die mij het volgende bericht. (brief Driessen overnemen). Dit document is een verslag over een zakelijk conflict rondom de erkenning van een zekere D.R. Lindeman als 'grossier' (groothandelaar). De tekst is technisch van aard en beschrijft de bureaucratische hindernissen binnen de genormaliseerde handel van die tijd.

Er is sprake van drie belangrijke blokkades voor Lindeman:
1. „Onderling Belang”: Een vereniging of orgaan dat hem niet als lid wil aannemen omdat hij geen ervaring heeft als grossier.
2. De V.B.N.A.: Deze organisatie zou de levering van winteraardappelen blokkeren, zelfs als de gemeente hem zou toelaten tot de Centrale Markt (C.M.).
3. De Groente- en Fruitcentrale: Hoewel Lindeman hier op "zonderlinge wijze" (via verklaringen van veilingen in Noord-Holland) wel een erkenning heeft gekregen, wordt de legitimiteit hiervan door de schrijver in twijfel getrokken.

De schrijver hanteert een kritische toon ten opzichte van Lindeman en suggereert dat zijn erkenning niet op de gebruikelijke weg is verkregen. De tekst moet geplaatst worden in de context van de geleide economie en het distributiestelsel in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in schaarse goederen zoals aardappelen strikt gereguleerd via 'Centrales'.

  • V.B.N.A.: De Vereniging ter Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel. Dit was een machtig orgaan dat bepaalde wie mocht handelen.
  • Ned. Akkerbouw-centrale en Ned. Groente- en Fruitcentrale: Dit waren door de overheid ingestelde crisisorganen (voortgekomen uit de Landbouwcrisiswet van 1933, maar tijdens de bezettingstijd enorm uitgebreid) die de totale productie en distributie controleerden.
  • Grootebroek en Hoogkarspel: Bekende veilinglocaties in de "Streek" (Noord-Holland), destijds het centrum van de vroege aardappelteelt en tuinbouw.

Het document illustreert de machtsstrijd tussen lokale handelaren, veilingdirecties en centrale controle-organen in een tijd waarin een 'erkenning' het verschil betekende tussen legaal kunnen handelen of uitgesloten worden van de markt.

Samenvatting

Dit document is een verslag over een zakelijk conflict rondom de erkenning van een zekere D.R. Lindeman als 'grossier' (groothandelaar). De tekst is technisch van aard en beschrijft de bureaucratische hindernissen binnen de genormaliseerde handel van die tijd.

Er is sprake van drie belangrijke blokkades voor Lindeman:
1. „Onderling Belang”: Een vereniging of orgaan dat hem niet als lid wil aannemen omdat hij geen ervaring heeft als grossier.
2. De V.B.N.A.: Deze organisatie zou de levering van winteraardappelen blokkeren, zelfs als de gemeente hem zou toelaten tot de Centrale Markt (C.M.).
3. De Groente- en Fruitcentrale: Hoewel Lindeman hier op "zonderlinge wijze" (via verklaringen van veilingen in Noord-Holland) wel een erkenning heeft gekregen, wordt de legitimiteit hiervan door de schrijver in twijfel getrokken.

De schrijver hanteert een kritische toon ten opzichte van Lindeman en suggereert dat zijn erkenning niet op de gebruikelijke weg is verkregen.

Historische Context

De tekst moet geplaatst worden in de context van de geleide economie en het distributiestelsel in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in schaarse goederen zoals aardappelen strikt gereguleerd via 'Centrales'.

  • V.B.N.A.: De Vereniging ter Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel. Dit was een machtig orgaan dat bepaalde wie mocht handelen.
  • Ned. Akkerbouw-centrale en Ned. Groente- en Fruitcentrale: Dit waren door de overheid ingestelde crisisorganen (voortgekomen uit de Landbouwcrisiswet van 1933, maar tijdens de bezettingstijd enorm uitgebreid) die de totale productie en distributie controleerden.
  • Grootebroek en Hoogkarspel: Bekende veilinglocaties in de "Streek" (Noord-Holland), destijds het centrum van de vroege aardappelteelt en tuinbouw.

Het document illustreert de machtsstrijd tussen lokale handelaren, veilingdirecties en centrale controle-organen in een tijd waarin een 'erkenning' het verschil betekende tussen legaal kunnen handelen of uitgesloten worden van de markt.

Gerelateerde Documenten 6