Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 239
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Vrijdag, 28 juni 1940.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag, 28 juni 1940. [Links boven:]
No 65 / 2 / 5
No 387 Lm 1940

[Midden boven, stempel:]
M. 1940 16/7

[Rechts boven:]
Niet-toelating D.R.Lindeman tot Centrale Markt als grossier.

[Handgeschreven aantekeningen rechts boven:]
Marktw.
[onleesbaar monogram/handtekening]
18/7 '40 Opb

[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 28 Juni 1940.

De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen deelt aan de vergadering mede, dat Mr.M. van Vugt, advocaat hier ter stede, ten behoeve van zijn cliënt D.R.Lindeman, toegang verzoekt tot de Centrale Markt als grossier, d.w.z.als verkooper.

Aan den Directeur van het Marktwezen is in het Reglement op de Centrale Markt de beoordeeling gegeven, wie als kooper, verkooper of expediteur zijn te beschouwen. Aan belanghebbende was tot dusver als kooper toegang tot de Centrale Markt verleend. Verkoopers van artikelen, welke op de Centrale Markt worden gebracht, zijn verplicht, op de markt, in of buiten de hal, een plaats te huren. Lindeman verzoekt thans, op grond van de laatste wijziging in het Reglement, inhoudende, dat toegang tot de Centrale Markt als kooper slechts wordt verleend aan hen, die aardappelen, groente en/of fruit uitsluitend van de, op die markt gevestigde verkoopers betrekken, hem als grossier (verkooper) te beschouwen, en hem als zoodanig dus een plaats te verleenen. Hij beroept zich daarbij op een grossierserkenning van de Groente- en Fruitcentrale.

Uit een ter zake ingesteld onderzoek van den Directeur van het Marktwezen blijkt, dat de heer Lindeman zijn erkenning van de Groente- en Fruitcentrale niet heeft gekregen, omdat hij grossier zoude zijn, doch omdat hij reeds sedert jaren groote partijen op de veilingen inkoopt, en derhalve voldoende kennis van den groothandel heeft. Lindeman treedt, naar bekend is, dan ook niet op als een grossier in den gewonen zin des woords, doch is een kooper voor de winkelzaken van zijn broeders. Toelating van Lindeman als grossier, dus als verkooper, zoude dan ook slechts tot gevolg hebben, dat, in strijd met het desbetreffende voorschrift van het Reglement, waren ten behoeve van winkelzaken, buiten de Centrale Markt om, zouden worden gekocht.

Spreker meent mitsdien, dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is, hetgeen Mr.Van Vugt voornoemd ware te berichten.

De vergadering deelt dit standpunt en besluit dienovereenkomstig.

Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks).

[Onderaan:]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,

(get.) VAN LIER.

[Rechts onder handgeschreven paraaf:] [vS]

--- Dit document betreft een formeel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) over de markttoegang van een specifieke handelaar, D.R. Lindeman.

De kern van het geschil is de classificatie van Lindeman onder het marktreglement. Lindeman stond geregistreerd als "kooper", maar wenste de status van "grossier" (verkooper) te verkrijgen. Zijn motivatie hiervoor was een wijziging in het reglement: koopers mochten voortaan enkel nog producten afnemen van de op de markt gevestigde verkopers. Door zelf de status van verkoper te krijgen, hoopte Lindeman zijn eigen positie en handelingsvrijheid veilig te stellen. Hij baseerde zijn verzoek op een erkenning door de Groente- en Fruitcentrale.

De gemeente wees het verzoek echter af na onderzoek door de Directeur van het Marktwezen. De conclusie was dat Lindeman in de praktijk geen echte groothandelaar was die aan derden verkocht, maar inkocht voor de winkels van zijn broers. Het toekennen van de status van grossier zou hem de mogelijkheid geven om de regels van de Centrale Markt te omzeilen en buiten het officiële kanaal om in te kopen, wat in strijd was met de beoogde ordening van de voedseldistributie.

--- De datum van het document, 28 juni 1940, is historisch zeer relevant. De Nederlanden waren op dat moment net ruim een maand bezet door nazi-Duitsland (na de capitulatie op 15 mei 1940). Hoewel het document de bezetting niet expliciet noemt, toont het aan dat het civiele bestuur en de bureaucratie in Amsterdam in de eerste maanden van de bezetting grotendeels ongewijzigd bleven functioneren.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De strikte handhaving van marktreglementen was essentieel om de distributieketen te beheersen, zeker in een tijd waarin schaarste en distributiemaatregelen (de "bonnen") steeds belangrijker werden. De overheid wilde grip houden op de goederenstroom om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Dit extract illustreert de dagelijkse bestuurlijke realiteit waarbij individuele ondernemers probeerden te navigeren binnen de steeds strenger wordende regelgeving van een stad in oorlogstijd.

Samenvatting

Dit document betreft een formeel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) over de markttoegang van een specifieke handelaar, D.R. Lindeman.

De kern van het geschil is de classificatie van Lindeman onder het marktreglement. Lindeman stond geregistreerd als "kooper", maar wenste de status van "grossier" (verkooper) te verkrijgen. Zijn motivatie hiervoor was een wijziging in het reglement: koopers mochten voortaan enkel nog producten afnemen van de op de markt gevestigde verkopers. Door zelf de status van verkoper te krijgen, hoopte Lindeman zijn eigen positie en handelingsvrijheid veilig te stellen. Hij baseerde zijn verzoek op een erkenning door de Groente- en Fruitcentrale.

De gemeente wees het verzoek echter af na onderzoek door de Directeur van het Marktwezen. De conclusie was dat Lindeman in de praktijk geen echte groothandelaar was die aan derden verkocht, maar inkocht voor de winkels van zijn broers. Het toekennen van de status van grossier zou hem de mogelijkheid geven om de regels van de Centrale Markt te omzeilen en buiten het officiële kanaal om in te kopen, wat in strijd was met de beoogde ordening van de voedseldistributie.


Historische Context

De datum van het document, 28 juni 1940, is historisch zeer relevant. De Nederlanden waren op dat moment net ruim een maand bezet door nazi-Duitsland (na de capitulatie op 15 mei 1940). Hoewel het document de bezetting niet expliciet noemt, toont het aan dat het civiele bestuur en de bureaucratie in Amsterdam in de eerste maanden van de bezetting grotendeels ongewijzigd bleven functioneren.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De strikte handhaving van marktreglementen was essentieel om de distributieketen te beheersen, zeker in een tijd waarin schaarste en distributiemaatregelen (de "bonnen") steeds belangrijker werden. De overheid wilde grip houden op de goederenstroom om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Dit extract illustreert de dagelijkse bestuurlijke realiteit waarbij individuele ondernemers probeerden te navigeren binnen de steeds strenger wordende regelgeving van een stad in oorlogstijd.

Gerelateerde Documenten 6