Officiële brief (doorslag of kopie van een verzonden brief).
Origineel
Officiële brief (doorslag of kopie van een verzonden brief). 2 februari 1940. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). Den Heer N. Groenteman, Waterlooplein 57 III, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:]
1 cop. Hr. Broese
1 cop. Hr. Müller
[Linksboven, getypt:]
VP/HG. [gevolgd door handgeschreven:] extra
66/2/1 M.
[Rechts, getypt:]
2 Februari 1940.
[Adresseringsblok, getypt:]
den Heer N.Groenteman,
Waterlooplein 57 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud, getypt:]
Hiermede bericht ik U, dat de firma Groenteman &
Bolle in het kalenderjaar 1939 een plaats in de hal op de
Centrale Markt heeft bezet, uit welken hoofde zij thans
nog een bedrag van f 21,67 schuldig is. Ik verzoek U be-
leefd vorenvermeld bedrag ten spoedigste te willen betalen,
door het te storten bij den kassier te mijnen kantore, of
op Gemeente-Girorekening no.74 van het bedrijf der Centrale
Markt.
De Directeur, * **Onderwerp:** Het betreft een betalingsverzoek (sommatie) voor een openstaand bedrag aan marktgeld over het jaar 1939.
- Bedrag: De firma "Groenteman & Bolle" is een bedrag van 21,67 gulden verschuldigd voor het bezetten van een plaats in de hal van de Centrale Markt.
- Administratieve details: De brief bevat instructies voor betaling (contant aan de kas of via de gemeentegiro). De handgeschreven aantekeningen bovenaan duiden erop dat er kopieën zijn gestuurd naar de heren Broese en Müller, waarschijnlijk ambtenaren of administratief medewerkers betrokken bij de markt.
- Locatie: De ontvanger is gevestigd aan het Waterlooplein, een historisch centrum van handel (met name de Joodse markt) in Amsterdam. De "Centrale Markt" verwijst naar de in 1934 geopende groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat. Dit document stamt uit februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het toont de normale gang van de gemeentelijke bureaucreatie in die tijd. De namen "Groenteman" en "Bolle" en het adres aan het Waterlooplein suggereren dat het hier gaat om Joodse ondernemers. De achternaam "Groenteman" is typerend beroepsgebonden.
In de jaren dertig en het begin van 1940 was de Centrale Markt in Amsterdam het kloppend hart van de voedseldistributie. Handelaren moesten precieze leges betalen voor hun standplaatsen. Na de bezetting zouden dergelijke administratieve handelingen voor Joodse handelaren steeds moeilijker worden door de invoering van anti-Joodse maatregelen, die hen uiteindelijk volledig van de markten zouden weren. Dit specifieke document legt een moment vast van reguliere bedrijfsvoering vlak voor deze ingrijpende historische omslag.