Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 346
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie van een verzonden brief).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de Dienst der Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie van een verzonden brief). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de Dienst der Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:]
ter k. Moern
ter k. Müller

[Linksboven:]
VP/DV.
66/8/2 M.

[Handgeschreven in het midden:]
Verzonden 28/5-1940.

[Rechtsmidden:]
25 Mei 1940.

[Onderwerp links:]
Ontbinding huurcontract pakhuis-
afdeeling Centrale Markt ten na-
me van J.van Praag.

[Adres rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.van
Praag, Muiderstraat 23, die pakhuisafdeeling no. H 2 in de hal
op de Centrale Markt heeft gehuurd voor f 700,- per jaar voor
den termijn van 1 Januari t/m 31 December 1940, schriftelijk
heeft verzocht van zijn verplichtingen uit het onderhavige huur-
contract te worden ontslagen. Van Praag voornoemd, die nagenoeg
uitsluitend geïmporteerd fruit verkoopt, is onder de huidige om-
standigheden niet in de gelegenheid zijn zaken te doen en hij is
van de Centrale Markt verdwenen. Ik ben van meening, dat hij in-
derdaad onmachtig is om het contract na te komen; het schijnt
zelfs, dat hij ondersteuning heeft aangevraagd. Ik heb de eer U
beleefd in overweging te geven wel te willen bevorderen, dat
bij Besluit van Burgemeester en Wethouders tot ontbinding van
het onderhavige huurcontract wordt besloten, zulks gerekend te
zijn ingegaan 15 Mei 1940.

De Directeur, Dit document betreft een verzoek tot ambtelijke afwikkeling van een huurcontract. De huurder, J. van Praag, woonachtig aan de Muiderstraat 23 (een adres in de Joodse buurt van Amsterdam), kan zijn pakhuis op de Centrale Markt niet langer aanhouden.

De redenen die worden aangevoerd zijn tweeledig:
1. Economisch: Van Praag handelt in importfruit. Door de oorlogsomstandigheden is de import stilgevallen, waardoor zijn nering is weggevallen.
2. Persoonlijk/Maatschappelijk: De directeur merkt op dat Van Praag "van de Centrale Markt verdwenen" is en mogelijk financiële steun ("ondersteuning") heeft aangevraagd.

De directeur adviseert de wethouder om het contract met terugwerkende kracht (per 15 mei 1940) te ontbinden via een besluit van Burgemeester en Wethouders. De datum van de brief, 25 mei 1940, is cruciaal. Dit is slechts vijftien dagen na de Duitse inval in Nederland en tien dagen na de Nederlandse capitulatie. De "huidige omstandigheden" waar de brief naar verwijst, duiden direct op de chaos en de economische verlamming direct na het begin van de bezetting.

Voor Joodse ondernemers zoals J. van Praag betekende de bezetting niet alleen economische tegenspoed door het wegvallen van de internationale handel, maar ook het begin van de uitsluiting uit het openbare leven. De opmerking dat hij van de markt is "verdwenen" is in dit licht sinister; het kan duiden op onderduiken, vluchten of simpelweg het onmogelijk maken van zijn aanwezigheid op de markt door de nieuwe realiteit. De Muiderstraat lag in het hart van de Joodse wijk, die later door de bezetter zou worden afgesloten. Dit document vormt een vroege, bureaucratische neerslag van de impact van de Holocaust en de bezetting op het dagelijks leven en de handel in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document betreft een verzoek tot ambtelijke afwikkeling van een huurcontract. De huurder, J. van Praag, woonachtig aan de Muiderstraat 23 (een adres in de Joodse buurt van Amsterdam), kan zijn pakhuis op de Centrale Markt niet langer aanhouden.

De redenen die worden aangevoerd zijn tweeledig:
1. Economisch: Van Praag handelt in importfruit. Door de oorlogsomstandigheden is de import stilgevallen, waardoor zijn nering is weggevallen.
2. Persoonlijk/Maatschappelijk: De directeur merkt op dat Van Praag "van de Centrale Markt verdwenen" is en mogelijk financiële steun ("ondersteuning") heeft aangevraagd.

De directeur adviseert de wethouder om het contract met terugwerkende kracht (per 15 mei 1940) te ontbinden via een besluit van Burgemeester en Wethouders.

Historische Context

De datum van de brief, 25 mei 1940, is cruciaal. Dit is slechts vijftien dagen na de Duitse inval in Nederland en tien dagen na de Nederlandse capitulatie. De "huidige omstandigheden" waar de brief naar verwijst, duiden direct op de chaos en de economische verlamming direct na het begin van de bezetting.

Voor Joodse ondernemers zoals J. van Praag betekende de bezetting niet alleen economische tegenspoed door het wegvallen van de internationale handel, maar ook het begin van de uitsluiting uit het openbare leven. De opmerking dat hij van de markt is "verdwenen" is in dit licht sinister; het kan duiden op onderduiken, vluchten of simpelweg het onmogelijk maken van zijn aanwezigheid op de markt door de nieuwe realiteit. De Muiderstraat lag in het hart van de Joodse wijk, die later door de bezetter zou worden afgesloten. Dit document vormt een vroege, bureaucratische neerslag van de impact van de Holocaust en de bezetting op het dagelijks leven en de handel in Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6