Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 347
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief/Ambtelijk schrijven (typschrift met handgeschreven kanttekening).

25 mei 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt, Amsterdam).

Origineel

Brief/Ambtelijk schrijven (typschrift met handgeschreven kanttekening). 25 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:]
Hr. Müller

[Typschrift:]
VP/DV.

66/8/2 M.

25 Mei 1940.

Ontbinding huurcontract pakhuis-
afdeeling Centrale Markt ten na-
me van J.van Praag.

den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.van Praag, Muiderstraat 23, die pakhuisafdeeling no. H 2 in de hal op de Centrale Markt heeft gehuurd voor ƒ 700,- per jaar voor den termijn van 1 Januari t/m 31 December 1940, schriftelijk heeft verzocht van zijn verplichtingen uit het onderhavige huurcontract te worden ontslagen. Van Praag voornoemd, die nagenoeg uitsluitend geïmporteerd fruit verkoopt, is onder de huidige omstandigheden niet in de gelegenheid zijn zaken te doen en hij is van de Centrale Markt verdwenen. Ik ben van meening, dat hij inderdaad onmachtig is om het contract na te komen; het schijnt zelfs, dat hij ondersteuning heeft aangevraagd. Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders tot ontbinding van het onderhavige huurcontract wordt besloten, zulks gerekend te zijn ingegaan 15 Mei 1940.

De Directeur, De brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het doel is om het huurcontract van de heer J. van Praag (gevestigd aan de Muiderstraat 23) voor pakhuisruimte H 2 per direct (met terugwerkende kracht tot 15 mei 1940) te beëindigen.

De directeur voert hiervoor drie redenen aan:
1. Economische onmogelijkheid: Van Praag handelt in geïmporteerd fruit, wat door de oorlogsomstandigheden niet meer geleverd kan worden.
2. Afwezigheid: De huurder is "van de Centrale Markt verdwenen".
3. Financiële nood: Er is een vermoeden dat de huurder inmiddels steun (sociale bijstand) heeft aangevraagd.

Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging te geven"), wat typerend is voor de toenmalige ambtelijke correspondentie. Dit document is gedateerd op 25 mei 1940, slechts twee weken na de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940) en tien dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De "huidige omstandigheden" waar de brief naar verwijst, duiden direct op het begin van de bezetting.

De context is tragisch en veelzeggend:
* Joodse achtergrond: De naam J. van Praag en het adres Muiderstraat 23 (gelegen in de Amsterdamse Jodenbuurt) wijzen erop dat de huurder van Joodse afkomst was.
* Impact van de oorlog: De import van fruit was door de internationale blokkades en de invasie onmiddellijk tot stilstand gekomen, waardoor kooplieden in deze sector direct hun inkomsten verloren.
* Bestuurlijke continuïteit: De brief toont aan dat het gemeentelijk apparaat direct na de capitulatie gewoon bleef functioneren en contractuele zaken afwikkelde, waarbij de nieuwe realiteit van de oorlog direct invloed had op het levensonderhoud van individuele burgers. Het feit dat de huurder is "verdwenen" kan duiden op de chaos van de eerste oorlogsdagen of het onvermogen om onder het nieuwe regime de handel voort te zetten.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het doel is om het huurcontract van de heer J. van Praag (gevestigd aan de Muiderstraat 23) voor pakhuisruimte H 2 per direct (met terugwerkende kracht tot 15 mei 1940) te beëindigen.

De directeur voert hiervoor drie redenen aan:
1. Economische onmogelijkheid: Van Praag handelt in geïmporteerd fruit, wat door de oorlogsomstandigheden niet meer geleverd kan worden.
2. Afwezigheid: De huurder is "van de Centrale Markt verdwenen".
3. Financiële nood: Er is een vermoeden dat de huurder inmiddels steun (sociale bijstand) heeft aangevraagd.

Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging te geven"), wat typerend is voor de toenmalige ambtelijke correspondentie.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 25 mei 1940, slechts twee weken na de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940) en tien dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De "huidige omstandigheden" waar de brief naar verwijst, duiden direct op het begin van de bezetting.

De context is tragisch en veelzeggend:
* Joodse achtergrond: De naam J. van Praag en het adres Muiderstraat 23 (gelegen in de Amsterdamse Jodenbuurt) wijzen erop dat de huurder van Joodse afkomst was.
* Impact van de oorlog: De import van fruit was door de internationale blokkades en de invasie onmiddellijk tot stilstand gekomen, waardoor kooplieden in deze sector direct hun inkomsten verloren.
* Bestuurlijke continuïteit: De brief toont aan dat het gemeentelijk apparaat direct na de capitulatie gewoon bleef functioneren en contractuele zaken afwikkelde, waarbij de nieuwe realiteit van de oorlog direct invloed had op het levensonderhoud van individuele burgers. Het feit dat de huurder is "verdwenen" kan duiden op de chaos van de eerste oorlogsdagen of het onvermogen om onder het nieuwe regime de handel voort te zetten.

Gerelateerde Documenten 6