Ambtelijke brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 23 januari 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens de afdeling L.M.). De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
Nº 72/5/ M.1940 24/1
AFD. L.M.
No. 384 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 23 Januari 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening: in. hsp]
De heer Kl.Keijzer, oud 48 jaar, wonende Buiksloterdijk 534, die tot nog toe verzuimde de ventvergunning Serie 13/205 voor het boekjaar 1939/1940, af te halen, deelde in het onderhoud ter Secretarie mede, dat hij met paard en wagen sedert jaren uitsluitend aan vaste klanten eieren, wild en gevogelte levert.
Hij zegt het tegenover die klanten zeer onaangenaam te vinden om steeds opnieuw voor controleurs zijn ventvergunning te moeten toonen.
Bovendien vindt hij het jammer geld te betalen voor een vergunning, die hij niet noodig heeft, zoodat hij positief afstand van deze vergunning wenscht te doen.
Gaarne verneem ik ter zake Uw zienswijze.
[Handgeschreven letter: h]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handgeschreven handtekening]
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen.
Model G.A. 7
25.000—1—’39
[Handgeschreven getal rechtsonder: 72] * Inhoud: De brief betreft een verzoek van een burger, de 48-jarige Kl. Keijzer uit Amsterdam-Noord, om zijn ventvergunning officieel op te zeggen. De heer Keijzer exploiteert een handel in eieren, wild en gevogelte met paard en wagen.
* Argumentatie: De reden voor de opzegging is tweeledig:
1. Sociale/professionele gêne: Hij vindt het hinderlijk om voor het oog van zijn vaste klanten gecontroleerd te worden door inspecteurs.
2. Financieel/praktisch: Hij bedient enkel vaste klanten, waardoor hij de vergunning (die waarschijnlijk geldt voor het publiekelijk 'uitventen' aan onbekenden op straat) overbodig vindt en de bijbehorende kosten wil besparen.
* Taalgebruik: De brief is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw (bijv. "ter Secretarie mede", "verneem ik ter zake Uw zienswijze"). * Tijdsbeeld: Het document dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De bureaucratie van de gemeente Amsterdam draaide op dat moment nog op volle toeren volgens de geldende verordeningen.
* Transport: De vermelding van "paard en wagen" herinnert aan een tijd waarin gemotoriseerd transport voor kleine handelaren nog niet de standaard was, zeker niet in landelijke gebieden zoals de Buiksloterdijk destijds was.
* Regelgeving: De brief illustreert de strikte controle op de straathandel in Amsterdam. Het verschil tussen het hebben van een vaste klantenkring (bezorging) en het 'venten' (verkoop aan passanten) was essentieel voor de vergunningsplicht en de bijbehorende leges.