Officieel ambtelijk schrijven / bijblad (waarschijnlijk politie of gemeentebestuur).
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven / bijblad (waarschijnlijk politie of gemeentebestuur). [Kader linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 72/5/1 1940
DOORGEZONDEN: 24/1-'40
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:]
15/2/40 AS
2. 72/5/2 M 939
[Hoofdtekst:]
Zoolang de ventverordening niet wordt gewijzigd
en uitsluitend verbaliseerend kan worden opge-
treden tegen personen die ventende worden aange-
troffen, daaronder voornamelijk te verstaan,
het luidkeels aanprijzen van waren of het
aanbieden daarvan, blijft het m.i. niet uit,
dat tal van personen zullen voorgeven uitslui-
tend vaste klanten te bedienen en voor hun
ventvergunning zullen bedanken.
Bovendien zullen tal van personen zich,
zonder in het bezit te zijn van een ventvergunning,
in den straathandel kunnen begeven.
Vooraf werven zij enkele klanten — nemen
klanten van anderen af en wekken ontstemming
tegen de contrôle — en hebben dan een vaste
klantenwijk.
Voor een m.i. mogelijke oplossing in
deze, verwijs ik U naar mijn rapport.
12-2-'40 [Handtekening, mogelijk: deHaer]
[Voettekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De schrijver van dit document uit zijn zorgen over de mazen in de toenmalige ventverordening. De kern van het probleem is de definitie van 'venten'. Op dat moment kon de politie blijkbaar alleen optreden als iemand daadwerkelijk op straat stond te schreeuwen of actief waren aanbood aan passanten.
De auteur signaleert twee negatieve gevolgen van deze beperkte handhavingsmogelijkheid:
1. Verlies van inkomsten/vergunninghouders: Legale handelaren zullen hun vergunning opzeggen en beweren dat ze alleen nog maar aan "vaste klanten" leveren, om zo onder de regels en leges uit te komen.
2. Illegale straathandel: Personen zonder vergunning kunnen eenvoudig de markt betreden. Door eerst informeel wat klanten te werven, kunnen zij bij controle claimen dat zij geen 'venters' zijn maar bezorgers voor vaste klanten. Dit leidde tot oneerlijke concurrentie en conflicten met de controlerende instanties.
De auteur besluit met een verwijzing naar een eerder rapport waarin hij een "mogelijke oplossing" voor dit handhavingsprobleem heeft aangedragen. Dit document is geschreven in februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van economische onzekerheid en de nasleep van de crisisjaren was de straathandel voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten, maar voor de overheid een bron van constante zorg wat betreft ordening en belastingheffing.
De term "ventverordening" verwijst naar lokale regels die bepaalden wie, waar en hoe er goederen op de openbare weg mochten worden verkocht. De discussie over het onderscheid tussen 'venten' (het ambulant aanbieden van waren) en het 'bezorgen aan vaste klanten' was een juridisch grijs gebied dat vaak door handelaars werd opgezocht om restricties of kosten te omzeilen. De schrijver van de brief pleit indirect voor een striktere of bredere definitie van venten om de handhaving effectiever te maken. M. No Politie