Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 19
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen of ambtelijke correspondentie (doorslag/typscript), pagina 7.

Na 1 november 1937 (verwijst naar een regeling die op die datum is ingegaan).

Origineel

Notulen of ambtelijke correspondentie (doorslag/typscript), pagina 7. Na 1 november 1937 (verwijst naar een regeling die op die datum is ingegaan). [Pagina -7-]

stonds tegen wordt gewaakt, het aantal ligplaatsen
zeer spoedig sterk zal toenemen. Het is echter de
vraag of ten aanzien van de door U genoemde personen,
die reeds eenigen tyd een ligplaats innemen, niet de
status quo moet worden aanvaard, zooals destyds ge-
schiedde by de eerste inschryving van de venters voor
ventvergunningen, zoodat aan deze personen alsnog een
standplaatsvergunning zou kunnen worden uitgereikt.
Ik acht het wel wenschelyk hierover het oordeel van de
Permanente Commissie van Advies te vernemen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en
zweminrichtingen,

           w.g. F. van Meurs.

Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.

De Voorzitter deelt mede, dat het krachtens artikel 344 a der Alge-
meene Politie Verordening verboden is ligplaats in te
nemen in het openbaar gemeentewater voor het uitstal-
len of het verkoopen van goederen, waarvoor een markt-
plaats is aangewezen, tenzy ingevolge artikel 5 dier
Verordening hiervan ontheffing is verleend. Sedert 1
November 1937 is krachtens artikel 29 van de Verorde-
ning op de heffing van markt-, standplaats- en vent-
gelden door houders van vergunningen bedoeld in ar-
tikel 5 der Algemeene Politie Verordening een stand-
plaatsgeld verschuldigd, dat in de bedoelde Verorde-
ning op de heffing nader wordt omschreven. Sedert een
aantal jaren nemen een viertal personen op vier plaat-
sen in de stad een ligplaats in openbaar gemeente-
water in, teneinde bloemen, planten, aarde en grint
te verkoopen. Zy dienen hiervoor, op grond van het
bovenomschrevene een vergunning aan te vragen. Dit is
dan ook geschied. Het is de bedoeling, dat het verlee-
nen van standplaatsen te water in deze Commissie prin-
cipieel wordt behandeld. Indien op de onderhavige ver-
zoeken gunstig wordt beslist, zal geval voor geval
toch nog door Gemeentelyke instanties moeten worden * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het vooroorlogse Nederlands (spelling De Vries en Te Winkel), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (bijv. tyd, inschryving, tenzy), de 'ch' in woorden als wenschelyk en de verbogen vormen van het lidwoord (den heer, dier Verordening).
* Juridische context: De tekst draait om de Algemeene Politie Verordening (APV) en de specifieke regelgeving omtrent markt- en standplaatsgelden. Er wordt gezocht naar een balans tussen strikte handhaving en het erkennen van een bestaande praktijk (de 'status quo').
* Bestuurlijke structuur: Er is sprake van een complexe ambtelijke hiërarchie waarbij een wethouder advies vraagt aan een "Permanente Commissie van Advies" over een zaak die de "Dienst van het Marktwezen" aangaat. Dit wijst op een formele, gedetailleerde stadsorganisatie.
* Specifieke handel: De casus betreft specifiek de verkoop van "bloemen, planten, aarde en grint" vanaf het water, wat wijst op een stad met veel grachten of waterwegen waar dergelijke handel traditiegetrouw plaatsvond. Dit document stamt uit de late jaren dertig van de 20e eeuw (1937 of kort daarna). In deze periode probeerden Nederlandse gemeenten steeds meer grip te krijgen op de openbare ruimte en informele economie door middel van vergunningenstelsels en belastingheffingen. De genoemde datum van 1 november 1937 markeert het punt waarop de gemeente begon met het innen van standplaatsgelden voor deze specifieke groep handelaren.

De portefeuille van wethouder F. van Meurs (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen) duidt op een breed scala aan stedelijke voorzieningen onder één beheer, wat typerend was voor het gemeentebestuur in die tijd. De discussie over het al dan niet legaliseren van bestaande situaties ("venters") laat zien dat het bestuur worstelde met de overgang van een gedoogbeleid naar een strikt gereguleerd systeem.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in het vooroorlogse Nederlands (spelling De Vries en Te Winkel), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (bijv. tyd, inschryving, tenzy), de 'ch' in woorden als wenschelyk en de verbogen vormen van het lidwoord (den heer, dier Verordening).
  • Juridische context: De tekst draait om de Algemeene Politie Verordening (APV) en de specifieke regelgeving omtrent markt- en standplaatsgelden. Er wordt gezocht naar een balans tussen strikte handhaving en het erkennen van een bestaande praktijk (de 'status quo').
  • Bestuurlijke structuur: Er is sprake van een complexe ambtelijke hiërarchie waarbij een wethouder advies vraagt aan een "Permanente Commissie van Advies" over een zaak die de "Dienst van het Marktwezen" aangaat. Dit wijst op een formele, gedetailleerde stadsorganisatie.
  • Specifieke handel: De casus betreft specifiek de verkoop van "bloemen, planten, aarde en grint" vanaf het water, wat wijst op een stad met veel grachten of waterwegen waar dergelijke handel traditiegetrouw plaatsvond.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren dertig van de 20e eeuw (1937 of kort daarna). In deze periode probeerden Nederlandse gemeenten steeds meer grip te krijgen op de openbare ruimte en informele economie door middel van vergunningenstelsels en belastingheffingen. De genoemde datum van 1 november 1937 markeert het punt waarop de gemeente begon met het innen van standplaatsgelden voor deze specifieke groep handelaren.

De portefeuille van wethouder F. van Meurs (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen) duidt op een breed scala aan stedelijke voorzieningen onder één beheer, wat typerend was voor het gemeentebestuur in die tijd. De discussie over het al dan niet legaliseren van bestaande situaties ("venters") laat zien dat het bestuur worstelde met de overgang van een gedoogbeleid naar een strikt gereguleerd systeem.

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →