Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een raadscommissie).
Origineel
Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een raadscommissie). Het document bevat een brief gedateerd op 9 juli 1938. -6-
en zich – onder den dekmantel van te venten – schuldig maakt aan bedelary. Voor het bedelen is Eggers gever-baliseerd, doch hy is door den Politierechter hier ter stede vrygesproken, omdat bedelary niet is be-wezen, aangezien de man nimmer om aalmoezen vraagt. Spreker deelt nog mede, dat adressant volledig blind is. Spreker is van meening, dat, hoewel het juridisch niet bewezen is, dat Eggers heeft gebedeld, het toch wel vast staat, dat hy op een dergelyke wyze zyn bedryf uitoefent, dat van venten niet kan worden gesproken. Adressant nam een standplaats in, en trok de aandacht door een bord, waarop stond vermeld: "Koop by den blinden man". Spreker is van meening, dat dergelyke figuren niet in het venterscorps thuishooren.
De Commissie onderschryft eenstemmig deze opvat-ting van den Voorzitter. De onderhavige vorm van be-dryfsuitoefening kan niet als venten worden beschouwd. Trouwens een blinde, zonder bystand, kan niet venten; hy kan alleen maar een standplaats innemen. Zy advi-seert mitsdien op het verzoek van Eggers afwyzend te beschikken.
De Voorzitter stelt vervolgens punt 3 der agenda aan de orde: Bespreking missive Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen d.d. 9 Juli jl. No. 505 L. M. 1938 inzake het verleenen van lig-plaatsvergunningen (den leden in afschrift gezonden). Deze brief luidt als volgt:
GEMEENTE AMSTERDAM.
AFD. L. M. AMSTERDAM, 9 Juli 1938.
No. 505 -1938-
BYLAGEN
Naar aanleiding van Uwe brieven d.d. 23 Juni M 93/2/5, 24 Juni, M. 93/4/2, en 25 Juni 1938 M. 93/1/11 betreffende ligplaatsvergunningen, deel ik U mede, dat ik het in het algemeen zeer ongewenscht acht om het innemen van ligplaatsen door schepen te bevorde-ren. Het is te voorzien, dat, indien hier niet aan- * Casus Eggers: De tekst beschrijft een juridisch grijs gebied. Een blinde man, Eggers, probeert in zijn levensonderhoud te voorzien door op straat waren te verkopen met een bordje "Koop bij de blinde man". De politie ziet dit als bedelarij, maar de rechter spreekt hem vrij omdat hij niet expliciet om aalmoezen vraagt. De gemeentelijke commissie oordeelt echter strenger: omdat hij stilstaat ("een standplaats inneemt") in plaats van rondtrekt, kwalificeert zijn activiteit niet als "venten". Op basis van deze technische definitie en morele bezwaren wijzen ze zijn aanvraag af.
* Ligplaatsvergunningen: Het tweede deel van het document introduceert een nieuw agendapunt over scheepvaart in Amsterdam. De Wethouder voor Levensmiddelen (die destijds ook over was- en badinrichtingen ging) adviseert negatief over het stimuleren van nieuwe ligplaatsen voor schepen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in het vooroorlogse Nederlands, gekenmerkt door spelling met "y" in plaats van "ij" (bedelary, vrygesproken) en het gebruik van naamvallen (den Voorzitter, der agenda). Dit document stamt uit juli 1938, een periode van economische spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in hoe de gemeente Amsterdam destijds omging met kleinschalige straathandel en de sociale problematiek rondom mensen met een beperking. Er was een sterke behoefte aan reglementering; men wilde voorkomen dat "bedelarij" onder het mom van handel de openbare orde of het aanzien van de stad zou aantasten. Tegelijkertijd toont de discussie over ligplaatsen de toenemende druk op de Amsterdamse waterwegen en de noodzaak voor stedelijke planning en vergunningverlening. Gemeente Amsterdam Politie