Notulen (fragment, pagina 15)
Origineel
Notulen (fragment, pagina 15) -15-
over heeft gesproken, meer aandacht te schenken.
Vervolgens schetst spreker het ontstaan der Ventveror-
dening. De Hoofdoorzaak hiervan is, volgens hem, ge-
weest het sociaal-economische belang van den venter.
Het heeft spreker echter ten zeerste bevreemd, dat in
de feestweek de geheele Ventverordening door de Politie
is opzy geschoven. Hy acht dit in geenen deele een be-
lang voor den venter. Het is niet juist, dat een be-
paalde instantie een Verordening zonder meer buiten
werking kan stellen.
De Voorzitter antwoordt, dat hiertoe in dit byzondere geval door
Burgemeester en Wethouders is besloten uit een oogpunt
van openbare orde. Dit is dus niet door de Politie,
maar wel degelyk door een bevoegde instantie gebeurd.
Inwilliging van het eerste deel van het verzoek van den
heer Van 't Hek acht spreker in het algemeen onmogelyk.
Dit zou in de practyk tot onoverkomenlyke moeilykheden
leiden, aangezien bepaalde onderwerpen uit heele dos-
siers bestaan. Spreker zegt echter toe, waar mogelyk,
aan het verzoek tegemoet te komen.
De vergadering wordt hierna gesloten. Dit document is een verslaglegging van een debat, vermoedelijk binnen een gemeenteraad of commissie. De kern van de discussie is tweeledig:
- De Ventverordening: Een spreker uit zijn ongenoegen over het feit dat de regelgeving voor straatverkopers (venters) tijdens een feestweek door de politie buiten werking is gesteld. De spreker benadrukt dat deze verordening juist is opgesteld ter bescherming van de sociaal-economische positie van de venter en dat het ongepast is dat een uitvoerende macht (de politie) een wettelijke verordening negeert.
- Bestuurlijke verantwoording: De Voorzitter corrigeert de spreker door te stellen dat het besluit niet bij de politie lag, maar bij het College van Burgemeester en Wethouders (B&W), ingegeven door redenen van openbare orde.
- Het verzoek-Van 't Hek: Er wordt verwezen naar een verzoek van een zekere heer Van 't Hek. Het eerste deel van dit verzoek (vermoedelijk om inzage in volledige dossiers) wordt als praktisch onuitvoerbaar afgewezen, hoewel er wel een bereidheid wordt getoond om deels aan zijn wensen tegemoet te komen. Het taalgebruik (zoals "byzondere", "moeilykheden", "den venter") wijst op een document uit de eerste helft van de 20e eeuw, vermoedelijk van voor de spellinghervorming van Marchant (1934) of de definitieve overgang naar de huidige spelling in 1947.
Het document illustreert de klassieke spanning in lokaal bestuur tussen de handhaving van economische regels en de handhaving van de openbare orde tijdens grote publieke evenementen ("feestweek"). Daarnaast geeft het een inkijkje in de vroege bureaucratische omgang met verzoeken van burgers (Van 't Hek) en de weerstand van het bestuur tegen het openstellen van "heele dossiers", wat een voorloper kan zijn van discussies over openbaarheid van bestuur.