Officiële brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief / ambtelijke correspondentie. 11 oktober 1938. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (F. van Meurs). GEMEENTE AMSTERDAM
№ 73/79/9 M. 1938 (gestempeld: 12/10)
AFD. L.M.
No. 468 -1938-
BIJLAGEN : 1.
AMSTERDAM, 11 October 1938.
Marktw. (handgeschreven)
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Onder verwijzing naar Uw schrijven van 8 Juni 1938, No. 6792/7815/1938 (No. 724 A. A.Z. 1938) betreffende het op ontoelaatbare wijze optreden van venters met strikjes, lintjes en speldjes, heb ik de eer U mede te deelen dat aan alle houders van ventvergunningen, geldig voor genoemde artikelen, de hierbij gaande waarschuwing is gezonden.
Indien zich desondanks toch nog gevallen van overtreding zouden voordoen, zal ik dit, onder opgave van de namen van de betrokken houders van ventvergunningen, gaarne vernemen.
VM (geparafeerd)
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
den heer Burgemeester
Aan Hoofdcommissaris v. Politie).
Model G.A. 6
50.000—10—'37 * Taal en Stijl: De brief is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "deelen", "October"). De toon is zakelijk en procedureel.
* Inhoud: Het document betreft de handhaving op straathandel. Naar aanleiding van klachten over het "ontoelaatbare" gedrag van straatverkopers van kleine versierselen (strikjes, lintjes, speldjes), heeft de wethouder een officiële waarschuwing gestuurd naar alle vergunninghouders. Er wordt gevraagd om terugkoppeling van de politie bij nieuwe incidenten, inclusief namen, voor verdere stappen.
* Administratieve context: De brief toont de samenwerking tussen het gemeentebestuur (de wethouder) en de uitvoerende macht (politie/burgemeester) in het Amsterdam van de jaren '30. De afkorting "L.M." in de afdelingsnaam verwijst naar de Dienst van de Levensmiddelen. In de jaren '30, een periode van economische schaarste, was straathandel een belangrijke bron van inkomsten voor velen, maar ook een bron van zorg voor de gemeente vanwege overlast en concurrentie voor winkeliers. De Amsterdamse overheid probeerde dit strikt te reguleren via vergunningen. Het "ontoelaatbare optreden" waarover gesproken wordt, duidt waarschijnlijk op opdringerigheid of het hinderen van voorbijgangers. Deze brief is een voorbeeld van hoe de stad trachtte de openbare orde en de kwaliteit van de straathandel te bewaken vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. F. van Meurs Gemeente Amsterdam Politie