Ambtelijk verslag/voorstel (Bijblad).
Origineel
Ambtelijk verslag/voorstel (Bijblad). Doorgezonden op 29 augustus 1939; kanttekening van 28 september 1939; akkoord bevonden op 4 oktober 1939. [Header linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72160/3 1939
DOORGEZONDEN: 29/8
[Notities bovenzijde]
Accoord, maar we moeten de Wethouder nader rapporteren. Ph. de Haas 4/10 39.
Dienstrapport als afgesproken! [Paraaf/Handtekening]
[Hoofdtekst]
De kwestie inzake het hinderlijk optreden van venters met strikjes, is door mij met enkele Inspecteurs van politie en met Mr. Mijksenaar besproken.
Van de zijde der politie wordt geregeld tegen deze venters opgetreden. Gebleken is echter, dat dit optreden weinig of geen resultaat heeft opgeleverd.
Ik stel U thans voor als volgt te handelen:
Naar de plaatsen, waar verwacht kan worden dat zich venters met strikjes zullen ophouden, zullen door mij, voor zoover deze beschikbaar zijn, controleurs in burger worden gezonden. Wanneer de controleur constateert, dat een venter het publiek overlast bezorgt, noteert hij de naam, enz. van dezen venter. Ik stel mij dan voor, deze venter bij mij te ontbieden en hem ernstig te onderhouden o.a. door hem er op te wijzen dat bij herhaling van dergelijk optreden zal worden voorgesteld zijn ventvergunning in te trekken.
Wordt dezelfde venter ten tweede male gerapporteerd, dan moet m.i. worden voorgesteld om tot intrekking der ventvergunning over te gaan.
Het spreekt vanzelf dat tegen personen, die met strikjes venten en niet in het bezit zijn van een ventvergunning geverbaliseerd zullen worden.
Met Mr. Mijksenaar is door mij afgesproken, dat deze in overleg met de V.V.V. tijdig zal berichten wanneer bijeenkomsten van vreemdelingen,
[Kantlijn links]
(conferentie, etc.) zullen worden gehouden. Z.O.Z. 28-9-39 d'Elsen. Het document beschrijft een nieuw handhavingsbeleid tegen straatverkopers van "strikjes" die als overlastgevend worden ervaren. De reguliere politie-inzet bleek onvoldoende effectief. Het nieuwe plan behelst de inzet van controleurs in burger (undercover) om overtredingen vast te leggen.
De strategie is tweeledig:
1. Preventief/Corrigerend: Vergunninghouders die overlast veroorzaken worden eerst ontboden voor een officieel waarschuwingsgesprek ("ernstig onderhouden"). Bij een tweede overtreding volgt intrekking van de ventvergunning.
2. Repressief: Verkopers zonder vergunning krijgen direct een proces-verbaal.
Opvallend is de coördinatie met de V.V.V. om specifiek toezicht te houden op locaties waar veel "vreemdelingen" (toeristen) samenkomen, aangezien zij het hoofddoelwit van de venters vormen. Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (september/oktober 1939). In deze periode was er in Amsterdam (gezien de vermelding van Mr. P.J. Mijksenaar, de bekende chef van de Gemeentelijke Dienst voor Pers- en Handelsvoorlichting) veel te doen om de goede naam van de stad als toeristische trekpleister.
"Venters met strikjes" verkochten vaak kleine speldjes of strikjes voor het goede doel, of simpelweg als goedkope souvenirs, maar deden dit dikwijls op een agressieve of dwingende manier ("hinderlijk optreden"). Dit werd gezien als een smet op de gastvrijheid van de stad. De genoemde Mr. Mijksenaar speelde een centrale rol in de citymarketing avant-la-lettre en de regulering van het straatbeeld in Amsterdam. De afkorting Z.O.Z. (Zie Ommezijde) duidt aan dat het verslag op de achterkant van het document verdergaat.