Handgeschreven rapport.
Origineel
Handgeschreven rapport. 18 maart 1940. De controleur Opziener Reijgwaart. De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Rapport
Apollo Hal.
Aan den Inspecteur
v. Marktwezen.
Mijn Heer!
Volgens opdracht zijn wij den Heer van Burg en ondergeteekende Zondag 17 Maart j.l. naar de Apollo Hal geweest ter contrôle, maar ik kan U berichten dat aldaar aanwezig is een vaste post politie en een agent in burger met diensthond. Deze Ambtenaren hebben de speciale opdracht van de Hoofd Commissaris geen één venter in de omtrek toe te laten. De controle voor onze dienst is daarmede volgens mij overbodig.
Amsterdam 18 Maart '40
De controleur Opz:
Reijgwaart
[Marginale notitie aan de linkerzijde:]
Gezien
19-3-'40
deleur
W [paraaf] Dit korte rapport is opgesteld door een controleur van de dienst Marktwezen in Amsterdam. De kern van de boodschap is een efficiëntiekwestie: de controleur (Reijgwaart) en zijn collega (van Burg) hebben vastgesteld dat hun aanwezigheid bij de Apollohal overbodig is. De reden hiervoor is dat de politie daar al een permanente post heeft ingericht, inclusief een rechercheur in burger met een politiehond. Deze politiekrachten hebben strikte orders van de hoofdcommissaris om alle straatverkopers (venters) uit de omgeving te weren. Omdat de politie deze taak al uitvoert, adviseert de controleur dat toezicht vanuit de eigen dienst niet langer nodig is. Het document dateert van 18 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel de brief over een alledaagse aangelegenheid gaat — de regulering van straathandel — weerspiegelt de aanwezigheid van een "vaste post politie" en een "agent in burger met diensthond" de verhoogde staat van paraatheid en beveiliging in de hoofdstad in die periode. De Apollohal was een belangrijke locatie voor sportevenementen en grote bijeenkomsten. De notitie in de kantlijn ("Gezien 19-3-'40") laat zien dat het rapport de volgende dag al werd verwerkt door de administratie.
Samenvatting
Dit korte rapport is opgesteld door een controleur van de dienst Marktwezen in Amsterdam. De kern van de boodschap is een efficiëntiekwestie: de controleur (Reijgwaart) en zijn collega (van Burg) hebben vastgesteld dat hun aanwezigheid bij de Apollohal overbodig is. De reden hiervoor is dat de politie daar al een permanente post heeft ingericht, inclusief een rechercheur in burger met een politiehond. Deze politiekrachten hebben strikte orders van de hoofdcommissaris om alle straatverkopers (venters) uit de omgeving te weren. Omdat de politie deze taak al uitvoert, adviseert de controleur dat toezicht vanuit de eigen dienst niet langer nodig is.
Historische Context
Het document dateert van 18 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel de brief over een alledaagse aangelegenheid gaat — de regulering van straathandel — weerspiegelt de aanwezigheid van een "vaste post politie" en een "agent in burger met diensthond" de verhoogde staat van paraatheid en beveiliging in de hoofdstad in die periode. De Apollohal was een belangrijke locatie voor sportevenementen en grote bijeenkomsten. De notitie in de kantlijn ("Gezien 19-3-'40") laat zien dat het rapport de volgende dag al werd verwerkt door de administratie.