Verslag of notulen van een ambtelijke vergadering (waarschijnlijk van een commissie binnen de gemeente Amsterdam).
Origineel
Verslag of notulen van een ambtelijke vergadering (waarschijnlijk van een commissie binnen de gemeente Amsterdam). -4-
band met van verschillende zijden ingekomen klachten, was de
Commissie destijds van oordeel, dat strenge maatregelen tegen
deze venters noodzakelijk waren. Aan hen is daarop door Burge-
meester en Wethouders een waarschuwing gezonden, waarin gedreigd
werd met intrekking der ventvergunningen, indien zij daarvan
misbruik zouden maken, door op ongepast of misleidende wijze
te trachten strikjes, speldjes of lintjes aan vreemdelingen of
reizende landgenooten op te dringen. Sindsdien wordt er bij
gelegenheden, waar veel bezoekers zijn te verwachten, door ambte-
naren van Marktwezen in burger gecontrôleerd. Bij een op 23
Februari jl. gehouden contrôle tijdens een Ford-automobiel-ten-
toonstelling in de Apollohal is geconstateerd, dat vijf venters
zich aan de bovenbedoelde overtredingen hebben schu'dig gemaakt.
Dit is den heer Wethouder voor de Levensmiddelen gerapporteerd.
Ingevolge de aan de venters gerichte waarschuwing van Burge-
meester en Wethouders, behooren de ventvergunningen van deze
overtreders te worden ingetrokken. Spreker vraagt, of de ver-
gardering zich in het onderhavige geval met dezen maatregel kan
vereenigen. Het betreft de venters: E.J.Akkerman, serie 1 no. 41,
J.Bakker, serie 2 no. 62, J.Huizinga, serie 12 no. 32, B.M.E.
Voogd-Beekvelt, serie 21 no. 279 en J.Th.Voogd, serie 23 no.184.
De heer Neeter stelt de vraag met wat voor speldjes zij venten en of ze daar-
mee uitsluitend venten of ook met andere artikelen.
De Voorzitter antwoordt, dat het misleidende van het optreden dezer venters
juist hierin gelegen is, dat de venters den indruk pogen te
wekken, dat er verband bestaat tusschen het door hen aangeboden
speldje of strikje en de tentoonstelling of bijeenkomst, in de
nabijheid waarvan zij zich ophouden. Veelal staan ook andere
artikelen op hun vergunning vermeld, zooals galanterieën.
De heer Presser vraagt zich af, of wel vast staat, dat deze venters zich altijd
aan die overtreding schuldig maken. Spreker vindt het intrekken
der ventvergunningen een zeer ernstigen maatregel.
De heer Seegers oppert het denkbeeld de vergunningen voor bijvoorbeeld een
half jaar te doen intrekken.
De heer Neeter is van meening, dat het venten met feestartikelen, enz. beperkt
moet blijven tot feestdagen, waardoor automatisch de ventvergun-
ningen ervoor komen te vervallen, aangezien het venten met feest-
artikelen op feestdagen vrij pleegt te worden toegestaan. Indien
de venters met feestartikelen ook nog met andere artikelen mogen
venten, kunnen zij op die wijze trachten in hun onderhoud te
voorzien.
De heer Gaaikema deelt mede, dat het optreden dezer venters voortdurend de
aandacht der Politie heeft. Ondanks de in 1938 door Burgemeester
en Wethouders verzonden waarschuwing kreeg de Politie het vorige * Kern van de zaak: Het document beschrijft een discussie over het intrekken van ventvergunningen van vijf specifieke personen. Zij worden ervan beschuldigd bezoekers van een evenement te misleiden door prullaria (strikjes, speldjes) te verkopen op een manier die suggereert dat deze officieel bij het evenement horen.
* Handhavingsmethode: Er is sprake van proactieve controle door ambtenaren van Marktwezen in burgerkleding. Dit duidt op een georganiseerde aanpak van overlast door straathandel in Amsterdam in het interbellum.
* Juridisch aspect: De sanctie (intrekking vergunning) volgt op een eerdere officiële waarschuwing van het College van B&W uit 1938. Er is binnen de vergadering echter discussie over de proportionaliteit van de straf.
* Belanghebbenden: De genoemde venters (Akkerman, Bakker, Huizinga, Voogd-Beekvelt en Voogd) riskeren hun bron van inkomsten. De sprekers Neeter, Presser en Seegers pleiten voor nuancering of tijdelijke schorsing in plaats van definitieve intrekking. Dit verslag past in de bredere geschiedenis van de regulering van straathandel in grote steden zoals Amsterdam. In de jaren '30 nam de druk op de openbare orde toe door de economische crisis; veel mensen probeerden als "venter" een inkomen te vergaren. De Apollohal in Amsterdam-Zuid was een belangrijke plek voor grote publiekstrekkers, zoals de Ford-tentoonstelling die plaatsvond van 23 februari tot 5 maart 1939. De overheid probeerde toeristen en bezoekers te beschermen tegen "agressieve" of misleidende verkoopmethoden om het aanzien van de stad en de evenementen te waarborgen. De genoemde familienamen en de specifieke verwijzing naar de tentoonstelling maken dit document een waardevolle bron voor lokaal-historisch onderzoek naar de Amsterdamse middenstand en handhavingsbeleid vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.