Archiefdocument
Origineel
22 maart 1940. Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen. De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam (afgeleid uit de term "Alhier"). [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter. k. de k.
[Getypt, midden boven:]
VP/HG.
[Getypt, linksboven:]
72/9/4 M.
1
[Handgeschreven, midden:]
Verzonden 22/3-1940.
[Getypt, rechtsboven:]
22 Maart 1940. —
[Getypt, links onder de kenmerken:]
Overlast van venters
met strikjes.
[Getypt, rechterzijde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ontvangen stuk no.241 L.M.1940 heeft de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen de eer U te berichten, dat zij dit stuk heeft behandeld in haar vergadering van 19 Maart jl. De Commissie heeft zich eenstemmig met het in vorenbedoeld stuk vervatte advies tot intrekking der ventvergunning van de daar genoemde vijf venters vereenigd, met dien verstande, dat zij U voorstelt den bedoelden venters alsnog de gelegenheid te geven, desgewenscht hun vergunning op een ander artikel te laten overschrijven, of wel, indien de vergunning naast feestartikelen, speldjes en dergelijke reeds een ander artikel vermeldt, alleen dat laatste artikel in de vergunning te behouden, wanneer de belanghebbende van meening is, dat hij daarmede zijn brood kan verdienen.
De Voorzitter,
De Secretaris, Dit document is een ambtelijk advies van een adviescommissie aan een wethouder (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam). De kern van de zaak is de overlast veroorzaakt door straatverkopers (venters) die "strikjes" verkochten.
De commissie is het eens met het eerdere besluit om de vergunningen van vijf specifieke venters in te trekken. Opvallend is echter de nuance: de commissie adviseert om deze mensen niet direct hun gehele bron van inkomsten te ontnemen. Ze stellen voor de venters de kans te geven hun handel te verleggen naar andere artikelen, of om andere reeds vergunde artikelen (buiten feestartikelen en speldjes om) te blijven verkopen. Dit getuigt van een sociaal-economische overweging ("dat hij daarmede zijn brood kan verdienen") binnen een strikt handhavingskader. Het document dateert van 22 maart 1940. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de mobilisatietijd, slechts anderhalve maand voor de Duitse inval.
In deze periode was er sprake van economische onzekerheid en sociale spanningen. De verkoop van "strikjes" en "speldjes" op straat was vaak een vorm van bittere noodzaak voor de armsten. Tegelijkertijd konden dergelijke artikelen in 1940 ook een politieke lading hebben (zoals de bekende witte anjers of oranje strikjes als teken van loyaliteit aan het koningshuis), wat de "overlast" voor de autoriteiten mogelijk een extra dimensie gaf.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich in die tijd niet alleen bezig met marktwezen en distributie, maar ook met de regulering van de publieke ruimte en de informele economie op straat, die nauwlettend in de gaten werd gehouden om ordeverstoringen te voorkomen. Gemeente Amsterdam Marktwezen