Archiefdocument
Origineel
4 maart 1940 № 72/16// M. 1940 5/3
Amsterdam 4 Maart 1940
Wel Edele Heer.
De ondergetekende verzoekt uwe geëerde aandacht voor het volgende. Schrijver dezes is houder ener ventvergunning (geslacht gevogelte) Serie G No 236, in Mei van het vorige jaar, werd door mij in verband met zeer financiëele moeilijkheden, aan UEd verzocht, mij uitstel van betaling te verlenen. U Ed, was zoo welwillend mij dit toe te staan. op 8 Juni van bedoeld jaar, werd ik door M. G. in de steunregeling opgenomen, waar door in levering van de ventvergunning nodig was. welke steun eindigde, omstreeks de laatste week in de maand December op grond, dat het aan mij verstrekte steunbedrag in overeenstemming was te brengen, met de onderhoudsplicht mijner kinderen. En, aangezien, ik de voor het stempelen vastgestelde leeftijds grens heb overschreden, en in de afdeling armenzorg was opgenomen, hield men daar met de betaling der vent vergunning geen rekening. Zulks, werd mij bij de wederontvangst name medegedeeld. begrijpelijke wijze kan ik op heden met de vergunning niets uitrichten. terwijl mijn omstandigheden mij dringend noodzaken mijn bedrijf weer op te nemen, het benodigde bedrag daar door, zou mij door M. G. kunnen verstrekt worden. wanneer de vergunning in orde zou zijn.
[Handtekening/Initialen] J.Z. De briefschrijver schetst een schrijnend beeld van de bureaucratische hindernissen in de Amsterdamse sociale zorg van vlak voor de oorlog. De kernpunten zijn:
- Beroep: De schrijver is een handelaar in geslacht gevogelte. Hij bezit een vergunning maar kon de leges niet betalen door financiële nood.
- De 'Steun': In juni 1939 kwam de schrijver in de "steunregeling" (werkloosheidsuitkering). Hiervoor moest hij zijn vergunning inleveren; men mocht immers niet werken en tegelijkertijd steun trekken.
- Conflict tussen instanties: De steun werd in december 1939 stopgezet omdat zijn kinderen wettelijk verplicht waren voor hem te zorgen (onderhoudsplicht). Bovendien was hij te oud voor het reguliere "stempelen" (werklozencontrole) en werd hij overgeplaatst naar de Armenzorg.
- Het probleem: Omdat hij tussen wal en schip viel (van de Steun naar de Armenzorg), is de betaling/verlenging van zijn ventvergunning niet geregeld. Zonder die vergunning kan hij niet werken, maar zonder werk heeft hij geen geld om de vergunning te activeren. Hij vraagt de instantie (M.G., waarschijnlijk de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Gezondheidszorg of een gerelateerde sociale dienst) om het benodigde bedrag voor te schieten. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in het sociaaleconomische klimaat van die tijd:
- De Crisisjaren: Hoewel de Grote Depressie formeel ten einde liep, was de armoede nog groot en het systeem van sociale zekerheid ("De Steun") erg rigide en vaak vernederend (zoals het verplichte stempelen).
- Onderhoudsplicht: In deze periode was het gebruikelijk dat de overheid steun weigerde als er familieleden (kinderen) waren die financieel bij konden dragen, ongeacht of die kinderen dat ook daadwerkelijk deden of konden.
- Lokale economie: Het "venten" (huis-aan-huis verkopen) van gevogelte was een veelvoorkomende vorm van kleine zelfstandige arbeid in Amsterdam, die streng gereguleerd werd met vergunningen om de markt en hygiëne te controleren.