Ambtsverslag / Rapportage van marktopzichters.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van marktopzichters. 22 maart 1940 (datum van incident) en 30 maart 1940 (datum van archivering). [Linksboven]
Rapport
het ruilen van
vodden voor
speelgoed aan
minderjarige kinderen
[Middenboven]
Inschrijven
№ 72 / 20 / 1 M. 1940 [Stempel] 28/3 127
Den Heer Inspecteur
van het Marktwezen.
Ingevolge opdracht op Vrijdag 22-3-40
ter opsporing overtreding artikel 437 Wetb. v. Strafrecht, namelijk
het ruilen van vodden voor speelgoed aan minderjarige kinderen
hebben wij den heer de Vries en ondergeteekende zoo'n geval heden-
middag beleefd; Wij hebben aangehoffen [aangetroffen] de venter Ph. Gans
in het bezit van vent verg EZ. 12 van C en Oost. Om zoo een geval
te constateeren hebben wij hem van naby gadegeslagen, en
op heeterdaad betrapt. Een jongen van 10 jaar genaamd
Willem Boeren geb 15-7-29, en wonende Krammatweg 30 I
te A’dam Oost, kwam met eenige vodden bij bovengenoemde
koopman en kreeg daarvoor een gummibal. Wij hebben
de koopman voorgeleid naar politieposthuis Zeeburgerdijk
en vandaar naar Bureau Linnaeusstraat, waar hij op last van
de Commissaris naar toe moest. Op het politiebureau moest
alles genoteerd worden voor het proces-verbaal en als stuk van
overtuiging, met al deze bemoeienis ging heel veel tijd
verloren. Nu moet al dat speelgoed in doozen worden
verpakt en verzegeld, en naar de griffie der Rechtbank
worden gebracht door onze dienst. Ook hebben wij de
gummibal als stuk van overtuiging in beslag genomen
welke moet worden ingeleverd bij het proces-verbaal.
Amsterdam 22-3-40
de Markt opzichters
[Signatuur]
en
de Vries
[Linker marge]
Opbergen
30-3-40
[Signatuur] Dit handgeschreven rapport is een verslag van twee marktopzichters in Amsterdam die belast waren met de controle op specifieke handelsvoorschriften. De kern van de zaak is de overtreding van Artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel verbood indertijd het ruilen van goederen (zoals vodden of oud ijzer) met minderjarigen voor speelgoed of snoep, om te voorkomen dat kinderen gestolen huisraad zouden verhandelen of werden uitgebuit in de informele economie.
De opzichters beschrijven een klassieke observatie-actie: ze houden de venter Ph. Gans in de gaten en grijpen in op het moment dat de 10-jarige Willem Boeren zijn vodden inruilt voor een 'gummibal'. Opvallend is de klacht over de bureaucratische rompslomp ("ging heel veel tijd verloren"). De administratieve afhandeling, inclusief het verzegelen van bewijsmateriaal voor de rechtbank, werd door de opzichters als belastend ervaren. Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de strikte handhaving van de openbare orde in Amsterdam-Oost (omgeving Zeeburgerdijk en Linnaeusstraat) vlak voor de oorlog.
In deze periode was het 'voddenboer'-wezen een wijdverbreid fenomeen. Voor arme gezinnen was het inleveren van oude stoffen een kleine bron van inkomsten of ruilwaar. De overheid probeerde dit echter strikt te reguleren via ventvergunningen en specifieke verbodsbepalingen ter bescherming van de jeugd en ter voorkoming van heling. De genoemde locatie "Krammatweg" (tegenwoordig Kramatweg) en de politieposten zijn authentieke topografische details van het toenmalige Amsterdamse straatbeeld.