Getypte brief (ambtelijk schrijven).
Origineel
Getypte brief (ambtelijk schrijven). 3 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst belast met markt- of voedseltoezicht). [Handgeschreven, rechtsboven:] ter kr. de Raad.
[Getypt, middenboven:] DV.
[Handgeschreven, middenboven:] extra
[Getypt, linksboven:]
72/24/1 M.
1
[Onderwerp:]
Uitvoering Ventverordening.
[Rechtsmidden:]
3 April 1940.
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud:]
Ingevolge Uw opdracht d.d. 28 Mei 1935 No.1085 L.M.
heb ik de eer U bijgaand te doen toekomen een overzicht van de
gehouden contrôles en de gemaakte processen-verbaal over de
maand Februari 1940.
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief dient als begeleidend schrijven voor een maandelijks overzicht van handhavingsactiviteiten. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over de handhaving van de "Ventverordening" gedurende de maand februari 1940.
De "Ventverordening" regelde de straathandel (venten). De controles en processen-verbaal duiden op een strikte toezicht op wie wat waar mocht verkopen op de openbare weg. De brief verwijst naar een staande opdracht uit 1935, wat wijst op een gevestigde administratieve routine. Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U..."). Het document dateert van 3 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land sinds de mobilisatie in augustus 1939 in een staat van paraatheid.
De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal. Vanwege de dreigende oorlogssituatie bereidde de overheid zich voor op mogelijke schaarste en distributie van goederen. Het toezicht op de handel in levensmiddelen, inclusief de ambulante handel (venten), werd hierdoor belangrijker om prijsopdrijving, zwarte handel en de kwaliteit van de voedselvoorziening te bewaken. De brief toont de voortzetting van de reguliere bureaucratie aan de vooravond van de bezetting.
Samenvatting
Deze brief dient als begeleidend schrijven voor een maandelijks overzicht van handhavingsactiviteiten. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over de handhaving van de "Ventverordening" gedurende de maand februari 1940.
De "Ventverordening" regelde de straathandel (venten). De controles en processen-verbaal duiden op een strikte toezicht op wie wat waar mocht verkopen op de openbare weg. De brief verwijst naar een staande opdracht uit 1935, wat wijst op een gevestigde administratieve routine. Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U...").
Historische Context
Het document dateert van 3 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land sinds de mobilisatie in augustus 1939 in een staat van paraatheid.
De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal. Vanwege de dreigende oorlogssituatie bereidde de overheid zich voor op mogelijke schaarste en distributie van goederen. Het toezicht op de handel in levensmiddelen, inclusief de ambulante handel (venten), werd hierdoor belangrijker om prijsopdrijving, zwarte handel en de kwaliteit van de voedselvoorziening te bewaken. De brief toont de voortzetting van de reguliere bureaucratie aan de vooravond van de bezetting.