Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1 april 1940. P.M. van Vliet, Charbonlaan 33, Sassenheim. Sassenheim, 1 April 1940
Wel. Edel. Heer
Omreden dat ik geen kans zag
met venten in Amsterdam me brood
te verdienen heb ik tot heden geen
gebruik gemaakt van me vergunning
doch wenst nu weer te gaan venten
Nu is me vraag of ik het geld
volgende week per wissel mag sturen
of moet ik het zelf brengen
en mag ik het dan brengen in
het Kantoor Jan v Galenstr. en welk
bedrag.
In afwachting
P.M. v. Vliet
Charbonlaan 33
Sassenheim
N.B.
Serie 2 $^3/_4$ № 147 van de vent-
vergunning
[Ambtelijke aantekeningen onderaan en in marge:]
Linksboven (schuin): m.i. h. Muller [?]
Rechtsonder: niet onderzocht woonde buiten Amsterdam
Linksonder: J2 [?] / 1/7 De brief is geschreven door P.M. van Vliet uit Sassenheim aan waarschijnlijk de administratie van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver bezit een ventvergunning (Serie 2 $^3/_4$, nr. 147), maar heeft deze tot op heden niet gebruikt omdat hij aanvankelijk geen brood zag in de handel in Amsterdam. Hij wenst nu alsnog te beginnen en vraagt om praktische instructies betreffende de betaling: kan dit per postwissel of moet hij fysiek naar het kantoor aan de Jan van Galenstraat komen? Ook vraagt hij naar de hoogte van het verschuldigde bedrag.
Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar. Het taalgebruik is een mengeling van formele beleefdheidsvormen ("Wel. Edel. Heer") en volkse spreektaal ("me brood", "me vraag"). De ambtelijke notitie onderaan geeft aan dat de aanvrager "niet onderzocht" is, met als reden dat hij buiten Amsterdam woonachtig was. Dit duidt op een administratief onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen bij de controle op vergunninghouders. Het document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). In deze periode van economische onzekerheid was ambulante handel (venten) voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten. De Jan van Galenstraat in Amsterdam was de locatie van de Centrale Markthallen, het administratieve en logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en marktwezen. De stempel "M. 1940" wijst op de registratie door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam voor het betreffende begrotingsjaar. N.B. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is geschreven door P.M. van Vliet uit Sassenheim aan waarschijnlijk de administratie van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver bezit een ventvergunning (Serie 2 $^3/_4$, nr. 147), maar heeft deze tot op heden niet gebruikt omdat hij aanvankelijk geen brood zag in de handel in Amsterdam. Hij wenst nu alsnog te beginnen en vraagt om praktische instructies betreffende de betaling: kan dit per postwissel of moet hij fysiek naar het kantoor aan de Jan van Galenstraat komen? Ook vraagt hij naar de hoogte van het verschuldigde bedrag.
Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar. Het taalgebruik is een mengeling van formele beleefdheidsvormen ("Wel. Edel. Heer") en volkse spreektaal ("me brood", "me vraag"). De ambtelijke notitie onderaan geeft aan dat de aanvrager "niet onderzocht" is, met als reden dat hij buiten Amsterdam woonachtig was. Dit duidt op een administratief onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen bij de controle op vergunninghouders.
Historische Context
Het document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). In deze periode van economische onzekerheid was ambulante handel (venten) voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten. De Jan van Galenstraat in Amsterdam was de locatie van de Centrale Markthallen, het administratieve en logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en marktwezen. De stempel "M. 1940" wijst op de registratie door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam voor het betreffende begrotingsjaar.