Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 13 mei 1937. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD.L.M. 1937. AMSTERDAM, 13 Mei 1937.
No. 269.
BIJLAGEN
Nº 18/3/8 M. 1937 14/5 [stempel]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Uw rapport van 24 Maart 1937, No.18/3/5 M., omtrent de door Uw Dienst uitgeoefende vent- en marktcontrôle, heeft mijn aanvankelijken indruk versterkt, dat op deze contrôle, voor zoover betreft de ventersregeling, bezuinigd kan worden, zonder dat deze in waarde vermindert.
Blijkens Uw rapport hebben de vent-contrôleurs te letten op vier groepen van straatkooplieden:
1e. de houders van ventvergunningen;
2e. de houders van standplaatsvergunningen;
3e. de personen, die venten zonder vergunning;
4e. de personen, die voorgeven vaste klanten te bedienen.
ad.1. De contrôle op deze groep is vrij eenvoudig. Er behoeft slechts gelet te worden op de naleving van de voorwaarden der vergunning, dus of gevent wordt in de toegewezen wijk met het toegewezen artikel en of het ventgeld is betaald.
Van de gehouden contrôles wordt thans door den controleur aanteekening gehouden in een zakboekje door vermelding van Serie, No., tijdstip der contrôle, naam, adres, laatste ventzegel, ventwijk, artikel en eventueele bijzonderheden. Deze aanteekeningen worden later op een dagrapport vermeld. Deze gegevens stellen het hoofdkantoor in staat, contrôle uit te oefenen op de wijze, waarop de controleurs hun taak verrichten.
Aan
den Heer Directeur van het Marktwezen.
[Onderaan links:]
Model G.A. 7
50.000-12-'36
[Handgeschreven notitie rechtsonder:]
Gez. namiddag 14/5 [onleesbaar, mogelijk initialen] Dit document is een reactie op een rapport van de Dienst van het Marktwezen over het toezicht op straathandel in Amsterdam. De afzender stelt dat er op de controle van venters (straatverkopers) bezuinigd kan worden zonder dat de effectiviteit verloren gaat.
De brief categoriseert straathandelaren in vier groepen, variërend van vergunninghouders tot illegale verkopers en lieden die zich voordoen als bezorgers voor vaste klanten om regels te omzeilen. De nadruk ligt op de eerste groep (legale venters), waarbij de controle als routineus wordt beschreven: het controleren van de juiste wijk, de toegestane handelswaar en het bewijs van betaling (ventgeld). Tevens wordt het administratieve proces toegelicht, waarbij de "zakboekjes" en "dagrapporten" van de controleurs niet alleen dienen voor handhaving op straat, maar ook als intern controlemiddel voor de leiding van de dienst. In 1937 verkeerde Nederland nog in de economische crisis van de jaren dertig. Overheden stonden onder grote druk om te bezuinigen op uitvoerende diensten. De Amsterdamse straathandel was in deze tijd een belangrijke bron van (soms noodgedwongen) inkomen voor de arme bevolking, maar de gemeente reguleerde dit streng om de openbare orde te bewaren en de belastinginkomsten (via ventzegels) te garanderen.
De Dienst van het Marktwezen speelde een centrale rol in het reguleren van de Amsterdamse markten en straathandel. Het gebruik van "ventzegels" was een gebruikelijk bewijsmiddel voor de betaling van marktgelden of standplaatsrechten. De spelling in het document (zoals "contrôle" met accent en "aanteekening") weerspiegelt de officiële spelling van voor de hervorming van 1947. Gemeente Amsterdam Marktwezen