Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 151
Dossier 83
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief of rapportage (doorslag of origineel op dun papier).

22 mei (jaar onvermeld op deze pagina, vermoedelijk begin 20e eeuw gezien de spelling en context). Van: Vermoedelijk een afdelingshoofd of inspecteur (bijv. van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

Getypte ambtelijke brief of rapportage (doorslag of origineel op dun papier). 22 mei (jaar onvermeld op deze pagina, vermoedelijk begin 20e eeuw gezien de spelling en context). Vermoedelijk een afdelingshoofd of inspecteur (bijv. van de Dienst van het Marktwezen). 2                                      22 Mei                          7
18/3/9                          den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                              Levensmiddelen

ventvergunning (doordat de vergunning is ingetrokken, of door-
dat ze nimmer een ventvergunning gehad hebben) en welke er
zeer goed mee op de hoogte is, dat tegen vaste-wykloopers niet
kan worden opgetreden en die hiervan trachten te profiteeren.
Ook zy doen zich als vaste-wykloopers voor, doch in wezen bly-
ven het venters, die altyd zullen trachten aan niet-klanten te
verkoopen. (M.i. maakt het geen verschil, of een venter een
kooper opzoekt of omgekeerd een kooper een venter; beide ge-
vallen worden als "venten" in den zin der Ventverordening be-
schouwd; vide het slot van de eerste alinea op vervolgblad 2
van Uw rapport). Met deze groep van venters moet de contrôleur
zich wel bemoeien; by inkrimping dezer contrôle zal het aantal
klachten van de bona-fide venters zoodanig toenemen, dat daar-
door de Ventverordening in discrediet zou worden gebracht.
       De opmerking, dat geen enkele vaste-wyklooper door
de contrôle van de straat is verdwenen, moge op zichzelf juist
zyn, doch daar staat tegenover, dat een aantal van deze zooge-
naamde wykloopers er, door onze contrôle, toe is gebracht, om
alsnog een ventvergunning aan te vragen, respectievelyk een
voor hen gereed liggende ventvergunning alsnog op te vragen,
of een ingeleverde ventvergunning opnieuw terug te vragen.

       Vervolgblad 3. ("Minimum aantal straatcontrôleurs").
       Op vervolgblad 3 van Uw rapport schryft U: "Het
spreekt vanzelf, dat in den eersten tyd van de Verordening dit
toezicht zeer scherp moest zyn. Thans echter kennen de straat-
verkoopers de regeling en weten zy enz."
       Ik moge hieromtrent opmerken, dat ik van meening ben
dat de venters de regeling niet kennen of niet willen kennen.
Dit wordt bewezen door het aantal processen-verbaal, dat we-
gens overtredingen der Ventverordening wordt opgemaakt.
       Ik moge U er dan ook op wyzen, dat het aantal vent-
contrôleurs, dat daadwerkelyk is belast met ventcontrôle,
sedert de invoering der Ventverordening reeds belangryk is ver-
minderd, doordat velen van hen mede zyn belast met werkzaam-
heden op de dagmarkten. Het moge waar zyn, dat gemiddeld 7 à
8 contrôleurs met deze contrôle zyn belast, op Zaterdag is dit Dit document vormt een ambtelijk weerwoord op een rapport van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de discussie draait om het onderscheid tussen "vaste-wykloopers" (bezorgers met vaste klanten) en "venters" (straatverkopers zonder vaste route).

De auteur signaleert een vorm van regelontduiking: verkopers zonder vergunning doen zich voor als wijkloopers om controle te ontlopen. Er wordt scherp geargumenteerd dat elke vorm van straatverkoop (of de verkoper nu de klant zoekt of andersom) onder de Ventverordening valt.

Er is een duidelijk meningsverschil over de noodzaak van handhaving. Waar de wethouder suggereert dat de regels inmiddels bekend zijn en het toezicht versoepeld kan worden, stelt de ambtenaar dat de vele processen-verbaal juist bewijzen dat men de regels "niet wil kennen". Bovendien waarschuwt de auteur dat een vermindering van toezicht zal leiden tot scheve gezichten bij de "bona-fide" (goedgezinde) venters die wél over de juiste papieren beschikken. Het document dateert uit de periode waarin de gemeente Amsterdam de straathandel steeds strenger probeerde te reguleren via de "Ventverordening". Straathandel was een essentiële bron van inkomsten voor velen, maar zorgde ook voor overlast, hygiëneproblemen en oneerlijke concurrentie voor winkeliers.

De spelling (zoals zoodanig, schryft, profiteeren) wijst op een datering van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), waarschijnlijk de jaren '20 of begin jaren '30. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de periode waarin voedselvoorziening en marktwezen een prominente plek in het stedelijk bestuur innamen, vaak gerelateerd aan sociale vraagstukken en armoedebestrijding. De inzet van controleurs op zowel straat als dagmarkten toont de administratieve druk op de handhavingsdiensten in die tijd.

Samenvatting

Dit document vormt een ambtelijk weerwoord op een rapport van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de discussie draait om het onderscheid tussen "vaste-wykloopers" (bezorgers met vaste klanten) en "venters" (straatverkopers zonder vaste route).

De auteur signaleert een vorm van regelontduiking: verkopers zonder vergunning doen zich voor als wijkloopers om controle te ontlopen. Er wordt scherp geargumenteerd dat elke vorm van straatverkoop (of de verkoper nu de klant zoekt of andersom) onder de Ventverordening valt.

Er is een duidelijk meningsverschil over de noodzaak van handhaving. Waar de wethouder suggereert dat de regels inmiddels bekend zijn en het toezicht versoepeld kan worden, stelt de ambtenaar dat de vele processen-verbaal juist bewijzen dat men de regels "niet wil kennen". Bovendien waarschuwt de auteur dat een vermindering van toezicht zal leiden tot scheve gezichten bij de "bona-fide" (goedgezinde) venters die wél over de juiste papieren beschikken.

Historische Context

Het document dateert uit de periode waarin de gemeente Amsterdam de straathandel steeds strenger probeerde te reguleren via de "Ventverordening". Straathandel was een essentiële bron van inkomsten voor velen, maar zorgde ook voor overlast, hygiëneproblemen en oneerlijke concurrentie voor winkeliers.

De spelling (zoals zoodanig, schryft, profiteeren) wijst op een datering van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), waarschijnlijk de jaren '20 of begin jaren '30. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de periode waarin voedselvoorziening en marktwezen een prominente plek in het stedelijk bestuur innamen, vaak gerelateerd aan sociale vraagstukken en armoedebestrijding. De inzet van controleurs op zowel straat als dagmarkten toont de administratieve druk op de handhavingsdiensten in die tijd.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →